Acute in de gemeenschap opgelopen pneumonie. Moet je claritromycine toevoegen aan de standaardbehandeling?
In de ACCESS-studie bij patiënten met een acute in de gemeenschap verworven pneumonie had toevoeging van claritromycine aan de standaardbehandeling (met een bètalactamantibioticum) gunstige effecten op de ernst van de respiratoire symptomen na 72 uur, de SOFA-score en de sterfte na 28 dagen, ongeacht de ernst van de pneumonie. Misschien moet de huidige standaardbehandeling dus worden herzien. Samenvatting van de presentatie van dr. K. Akinosoglou (Griekenland) tijdens het 34e "European Congress of Clinical Microbiology & Infectious Diseases" (ECCMID).
Acute in de gemeenschap verworven pneumonie (‘community acquired' pneumonie) is de belangrijkste oorzaak van sterfte aan infectieziekten ter wereld. Het ziekenhuisverblijf duurt vaak lang en 20% van de patiënten wordt opgenomen op een intensive care. De frequentste verwekkers zijn S. pneumoniae, H. influenzae, St. aureus (waaronder MRSA), Ps. aeruginosa en atypische bacteriën (Chlamydia pneumoniae, Mycoplasma pneumoniae, Legionella spp). De behandeling wordt gestart met een bètalactamantibioticum. De richtlijnen raden aan een macrolide toe te voegen bij een patiënt met een ernstige pneumonie én comorbiditeit. Volgens een meta-analyse verbetert dat de overleving, mogelijk dankzij de ontstekingsremmende werking van macroliden. Tegen die achtergrond heeft de ACCESS-studie het effect van claritromycine op de symptomen en de sterfte na 30 dagen geëvalueerd bij patiënten met een in de gemeenschap verworven pneumonie (onder wie patiënten met een weinig ernstige pneumonie en patiënten zonder comorbiditeit).
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen