Dossiers  >   Correct gebruik van anti-infectiva  >  Behandeling van multipel myeloom met bispecifieke antistoffen. Antibioprofylaxe gewettigd gezien infectieus risico

Behandeling van multipel myeloom met bispecifieke antistoffen. Antibioprofylaxe gewettigd gezien infectieus risico

Bispecifieke antistoffen zijn geïndiceerd bij de behandeling van een relaps van of een refractair multipel myeloom. De belangrijkste bijwerkingen zijn infecties (twee derde van de patiënten) en in de helft van de gevallen zijn die ernstig. De pathofysiologie van een myeloom en de corticosteroïden die worden voorgeschreven om de bijwerkingen van de behandeling te behandelen, verhogen het infectierisico. Klinische studies raden een antibioprofylaxe aan, maar er waren nog geen studies uitgevoerd in het reële leven.

Proteasoomremmers, immunomodulatoren en monoklonale antistoffen tegen CD38 hebben de prognose van een multipel myeloom verbeterd. Maar bij een aantal patiënten wordt het myeloom therapieresistent of treedt er een recidief op, en dan moet je andere oplossingen overwegen zoals CAR-T-cellen, geconjugeerde antistoffen of bispecifieke antistoffen (BsAb) gericht tegen BCMA (teclistamab, elranatamab) ofGPRC5D (talquetamab). In meerdere klinische studies zijn veelbelovende resultaten behaald, maar ten koste van bijwerkingen zoals een cytokinereleasesyndroom (CRS) en een ICAN (Immune effector Cell-AssociatedNeurotoxicitysyndrome), die worden behandeld met corticosteroïden, cytopenie, hypogammaglobulinemie en infecties. De incidentie ervan bedraagt 46-76% en 7-45% ervan zijn graad 3/4-infecties. Er zijn weinig studies uitgevoerd om de frequentie, de risicofactoren en de ernst van die infecties (die invloed hebben op de kankertherapie) te evalueren in het reële leven.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen