Zwangere vrouwen: RSV-vaccin effectiever wanneer het vroeg wordt toegediend
Bij zwangere vrouwen is het beter om het vaccin tegen het respiratoir syncytieel virus (RSV) zo vroeg mogelijk toe te dienen, vanaf 32 weken zwangerschap, om de baby beter te beschermen. Dat blijkt uit een studie gepubliceerd in het American Journal of Obstetrics and Gynecology.
Het RSV-vaccin Abrysvo werd in 2023 goedgekeurd voor gebruik bij zwangere vrouwen en is gelinkt aan een beschermend effect van 81,8% tegen infecties van de lagere luchtwegen gedurende de eerste drie levensmaanden. In de fase 3-studie werd het vaccin toegediend binnen een tijdspanne van 24 tot 36 weken zwangerschap (1).
Toch hebben de regelgevende instanties inzake geneesmiddelen in de Verenigde Staten en Europa besloten dit vaccin alleen aan te bevelen tussen 32 en 36 weken zwangerschap. De reden is een mogelijk verhoogd risico op vroeggeboorte bij gevaccineerde vrouwen, dat niet significant was bij Abrysvo, maar wel bij concurrent Arexvy, wat leidde tot het stopzetten van de ontwikkeling ervan bij zwangere vrouwen. Tot op heden blijft de kwestie van een eventueel verhoogd risico onderwerp van discussie.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen