Beeldvorming van de thorax voor een meer gepersonaliseerde behandeling van COPD en astma
Kan je de evolutie van COPD of astma beter voorspellen nog voor er spirometrische afwijkingen optreden? Dankzij aanwinsten in de beeldvorming van de thorax beschikken we nu over alsmaar preciezere tools voor een plaatselijke en dynamische analyse van de pathofysiologie van de longen. Japanse auteurs hebben een overzichtsartikel geschreven over de huidige technologieën en hun klinische potentieel.
De longfunctie wordt vooral geëvalueerd met een spirometrie. COPD en astma zijn heterogene aandoeningen, waarbij er letsels kunnen optreden nog voor de longfunctie vermindert. Beeldvorming van de thorax met CT-scan, dynamische radiografie en functionele MRI kan resulteren in een preciezere stratificatie van de patiënten, vroege detectie van letsels en mogelijk een meer gerichte behandeling.
Een volledig overzicht van de beeldvormingstechnieken
Het overzichtsartikel, dat gebaseerd is op de werken van Japanse multidisciplinaire teams, beschrijft de waarde van verschillende beeldvormingstechnieken bij COPD-patiënten en astmalijders. De auteurs hebben de volgende beeldvormingstechnieken tegen het licht gehouden: inspiratoire/expiratoire CT-scan, hogeresolutie-CT-scan, dynamische beeldvorming, MRI van de longen (waaronder hypergepolariseerd xenon), longscintigrafie en elektrische-impedantietomografie.
Emfyseem en fractale geometrie
Met een CT-scan kan je emfyseem precies meten en het fenotype bepalen: centrolobulair, panlobulair of paraseptaal. Centrolobulair emfyseem gaat gepaard met een systemische ontsteking, een hoger risico op daling van de FEV1 en een snellere progressie.
Met "fractale" geometrische analyse kan je de vernietiging van het parenchym meten, ongeacht het percentage zichtbaar emfyseem. Zo kan je de evolutie beter volgen.
Een veelbelovende graadmeter is de slijmpropscore bij CT-scan. Die correleert met een verlies van autonomie en een hogere sterfte, los van de andere letsels. Misschien wordt het daardoor mogelijk de respons op biologische geneesmiddelen beter te voorspellen, vooral in geval van een ernstig astma.
Detectie van functionele afwijkingen van de luchtwegen die (nog) niet te zien zijn bij spirometrie
Met een inspiratoire en expiratoire CT-scan kan je aantasting van de kleine luchtwegen opsporen. Die aantasting gaat vaak een emfyseem, dat je niet op een andere manier in beeld kunt brengen, vooraf. Aantasting van de kleine luchtwegen correleert met een daling van de FEV1, een hoge slijmpropscore een klinisch ernstige COPD of astma. De ventilatiediscordantie-index, die gebaseerd is op de variabiliteit van de plaatselijke volumes, heeft een prognostische waarde, zelfs bij patiënten met een bewezen emfyseem.
Technische beperkingen, maar een hoog klinisch potentieel
De belangrijkste beperkingen van die technieken zijn: blootstelling aan straling (CT-scan), onvoldoende resolutie om luchtwegen < 1 mm in beeld te brengen en geringe toegang tot multinucleaire MRI. Dynamische radiografie en bi-energie-CT-scan, die minder invasief zijn, hebben een klinische meerwaarde. Er zijn al veel correlaties vastgesteld tussen klinische parameters (FEV1, DLCO, exacerbaties, respons op de behandeling).
Naar een vroegere en meer gepersonaliseerde respiratoire geneeskunde
Die nieuwe beeldvormingstechnieken zouden het beleid bij patiënten met COPD of astma weleens grondig kunnen doen veranderen. Met die technieken kan je structurele letsels en functionele afwijkingen vroeger opsporen, kan je de prognose beter voorspellen en kan je de patiënten die in aanmerking komen voor gerichte behandelingen, beter selecteren. Nu moeten die beeldvormingstechnieken nog worden opgenomen in de klinische schema's en moet de impact ervan op de therapeutische beslissingen worden geëvalueerd.
Bron:
Naoya Tanabe et al. Lung imaging in COPD and asthma. Respiratory Investigation - Volume 62, Issue 6, November 2024, Pages 995-1005. https://doi.org/10.1016/j.resinv.2024.08.014