Ploegenarbeid: de strijd om slaap en welzijn
Hoewel ploegenarbeiders zich bewust zijn van de impact van hun werk op hun slaap en de problemen die daaruit kunnen voortvloeien, volstaat het niet om hen nog meer informatie te geven over hoe ze hun slaapproblemen moeten aanpakken. Belangrijker is om hen te helpen bij het zelfreguleren van hun gedrag en gedachten in vermoeiende en stressvolle werkomgevingen.
Het voorbije decennium werd heel wat onderzoek verricht naar de gevolgen voor de gezondheid van personen die in ploegen werken. In grote lijnen kan men stellen dat men nog altijd geen positief effect van ploegenarbeid heeft gevonden en een recente Britse systematische review kon er ook geen aan toevoegen. Werken in shiften verstoort het circadiaanse ritme, wat leidt tot slaapproblemen, vermoeidheid en andere gezondheidsproblemen. Onvoorspelbare werktijden en van wacht zijn hebben een negatieve invloed op slaap, prestaties op het werk en welzijn. Bestaande interventies om slaapproblemen door shiftwerk aan te pakken - farmacologisch (melatonine) en niet-farmacologisch (lichttherapie, dutjes …) - hebben een wisselende effectiviteit en kunnen bijwerkingen veroorzaken. Maar wat zijn de ervaringen van ploegarbeiders met slaapstoornissen en vermoeidheid? Dat wilde een Brits team van onderzoekers thematisch samenvatten.
Prioriteit aan familie, dan pas aan slaap
De systematische review identificeerde 28 studies bij in totaal 1.519 ploegenarbeiders. De researchers werkten rond drie analytische thema's over hun ervaringen met slaapstoornissen, vermoeidheid en gezond gedrag.
Een eerste analyse stond stil bij de onvermijdelijkheid van vermoeidheid en moeheid. Ploegenarbeiders beschouwden vermoeidheid vaak als een onvermijdelijk deel van hun werk. Er heerst een "peer pressure to soldier through" (groepsdruk om door te zetten), ongeacht de vermoeidheid. Veel arbeiders maakten er geen melding van bij hun werkgevers uit schrik hun job te verliezen. Overmatige slaperigheid en zelfs in slaap vallen tijdens het rijden, met bijna-ongelukken werden gerapporteerd. Piekeren over werkgerelateerde stress of toekomstige shiften maakte het moeilijk om in slaap te vallen.
Het tweede analytische thema schetste de balans tussen slaapbehoeften en concurrerende verantwoordelijkheden. Zo worstelden ploegenarbeiders met het combineren van slaap overdag en familie-, werk- en vrijetijdsactiviteiten. Bepaalde verantwoordelijkheden m.b.t. de familie, zoals kinderopvang, verstoorden slaapschema's aanzienlijk. De meesten gaven prioriteit aan familie boven hun eigen slaap. Dat leidde tot vermoeidheid die een negatieve impact op de kwaliteit van het gezin had. Onvoldoende tijd voor slaap tussen shiften door of voor dutjes tijdens diensten (door te korte pauzes) was een veelvoorkomend probleem. Vrouwen vinden dit door gendergerelateerde verwachtingen extra uitdagend.
Het derde analytische thema ging over de drempels die een gezond gedrag en levensstijl in de weg stonden. Hoewel de ploegenarbeiders bijna perfect wisten wat ze moeten doen om hun gezondheid en slaap te bevorderen, vonden ze het toch moeilijk om deze kennis in gedrag om te zetten. Onregelmatige werkschema's, onvoldoende pauzes, gebrek aan gezonde opties op het werk hadden een negatieve invloed op hun voedselkeuze. Door een gebrek aan faciliteiten en/of steun van het management werden dutjes op het werk belemmerd. Hoge werkgerelateerde stress en vermoeidheid maakten gezond gedrag nog moeilijker.
Ploegenarbeiders hadden eerder behoefte aan interventies op organisatorisch niveau om een ondersteunende werkomgeving te creëren: meer flexibiliteit in werkschema's, rustige ruimtes voor dutjes en gezondere voedingsopties. Interventies die gedragsmatige, cognitieve en emotionele zelfregulatie verbeteren, waren veelbelovend.
Tot slot negeerden volgens de auteurs veel bestaande slaapinterventies de rol van familie bij het ondersteunen van slaapschema's.
Bron:
Shift workers' experiences and views of sleep disturbance, fatigue and healthy behaviours: a systematic review and qualitative evidence synthesis. Scand J Work Environ Health 2025;51(4):282-297. https://doi.org/10.5271/sjweh.4223.