Telemonitoring bij adolescenten met IBD: een mogelijke en veilige aanvulling voor traditionele face-to-face consultaties
Telemonitoring blijkt niet significant slechter te zijn dan de standaardzorg als het gaat om het onder controle houden van de ziekteactiviteit bij adolescenten met een chronisch inflammatoire darmaandoening (IBD). Het is een veilige aanvulling op de face-to-face consultaties, maar meer kwalitatief onderzoek is nodig om een hoger niveau van evidentie te bekomen, aldus de Nederlandse auteurs van deze review.
Tijdens de COVID-19-pandemie maakten artsen en patiënten kennis met telemonitoring en videoconsultaties. In de nasleep van de pandemie ontwikkelden verschillende klinieken zorgpaden voor IBD-telemonitoring, dat kon gaan van het doorgeven van symptoomscores tot het opsporen van ontstekingsmerkers in de stoelgang. Voor deze review gebeurde de telemonitoring via de volgende vormen: via een website, gsm of per telefoon. Dit Nederlandse team wilde de effectiviteit van telemonitoring onderzoeken in vergelijking met standaardzorg bij adolescenten met IBD, een van de weinige studies bij deze populatie want de meeste gelijkaardige studies werden bij volwassenen uitgevoerd. Die studies bij volwassenen vonden geen verschil in ziekteactiviteit of het optreden van heropflakkeringen. Bij hen kan telemonitoring de kwaliteit verbeteren en de kosten voor gezondheidszorg verminderen.
Daling kosten voor gezondheidszorg
De onderzoekers gingen in Medline en Embase op zoek naar gerandomiseerde gecontroleerde studies. Voor hun review weerhielden ze drie studies, met in totaal 309 patiënten. Hun belangrijkste eindpunten waren de volgende: ziekteactiviteit, levenskwaliteit, kosten voor gezondheidszorg, patiënttevredenheid, therapietrouw, face-to-face contacten en ongeplande bezoeken aan de spoeddienst/chirurgie/hospitalisaties. Telemonitoring leek de ziekteactiviteit niet te verslechteren (lage zekerheid van bewijs). Er was sprake van een niet-significant lager aantal heropflakkeringen, een vergelijkbare cumulatieve incidentie van opflakkeringen tussen telemonitoring en standaardzorg. Wat de kwaliteit van leven betreft, telemonitoring leidde waarschijnlijk tot weinig tot geen verbetering (lage zekerheid van bewijs) ervan. Alle studies lieten een niet-inferieur effect zien. Met een matige zekerheid van bewijs konden de auteurs besluiten dat telemonitoring waarschijnlijk de kosten voor gezondheidszorg kan verminderen.
Een enkele studie toonde een daling van de totale kosten voor consultaties en uit een andere studie bleek dat er een jaarlijkse kostenbesparing van 89 euro kon worden behaald. Telemonitoring lijkt de patiënttevredenheid niet te verslechteren (lage zekerheid van bewijs). Een studie vond geen verschil in tevredenheid wat de consultaties betreft. Een andere studie liet dan weer zien dat 71% van de deelnemers in de groep van telemonitoring dit wilde verderzetten en 96% was van mening dat het tijdbesparend was. De resultaten met betrekking tot therapietrouw waren tegenstrijdig (lage zekerheid van bewijs). Een enkele studie vond geen verschil in de medicamenteuze therapietrouw, uit een andere studie bleek dat het aantal consultaties vergelijkbaar waren. Verder kon telemonitoring het aantal face-to-face consultaties licht verminderen (lage zekerheid van bewijs).
Twee studies maakten melding van minder geplande of algemene face-to-face contacten met een zorgverstrekker in de telemonitoringgroep. En tot slot bleek dat telemonitoring niet zorgde voor een toename van het aantal ongeplande bezoeken aan de dienst spoedgevallen of ziekenhuisopnames (matig bewijs van zekerheid). Er waren geen gegevens beschikbaar over ongeplande operaties. Dit alles deden de auteurs besluiten dat telemonitoring bij adolescenten met IBD een veilige aanvulling kan zijn op face-to-face consultaties en dit door de frequentie van deze laatste te verminderen als de ziekte niet actief is. Maar door de lage niveaus van zekerheid van bewijs roepen de auteurs op om meer aanvullend gelijkaardig onderzoek van een betere kwaliteit uit te voeren.
Bron:
Telemonitoring in adolescents with inflammatory bowel disease: a systematic review. Eur J Pediatr. 2025 Aug 5:184(8):531. doi: 10.1007/s00431-025-06341-z.