Het risico op fragiliteit voorspellen bij 75-plussers
Fragiliteit, een dagelijkse realiteit voor veel ouderen, is een syndroom dat tal van gevolgen heeft. Fragiliteit verhoogt de vatbaarheid, is een risicofactor voor allerhande ziektes en heeft vaak zeer negatieve invloed op de levenskwaliteit. Welke factoren voorspellen fragiliteit? Kunnen we daarop inwerken om fragiliteit te voorkomen of tegen te gaan? Een Nederlandse studie heeft interessante informatie daarover opgeleverd.(1)
Twee vorsers uit Amsterdam, Nederland, hebben een studie uitgevoerd die ze in april 2024 hebben gepubliceerd in Healthcare.1 In die studie hebben ze gezocht naar voorspellers van fragiliteit en verlies van autonomie bij Nederlandse 75-plussers.
De auteurs herinneren eerst aan de toenemende levensverwachting en de vergrijzing van de bevolking. Ze halen daarbij cijfers van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC) aan. Volgens een rapport van de ECOSOC van 2023 zou het aantal mensen van minstens 65 jaar wereldwijd moeten stijgen van 761 miljoen in 2021 naar 1,6 miljard in 2050. Het aantal mensen van minstens 80 jaar zou nog sterker stijgen: van 155 miljoen in 2021 naar 459 miljoen in 2050.
De Amsterdamse vorsers hebben hun studie uitgevoerd bij 479 ouderen van minstens 75 jaar die thuis woonden. De ouderen werden gedurende 8 jaar gevolgd. De gemiddelde leeftijd was 80,3 jaar (spreiding 75-93 jaar) en 53,9% waren vrouwen.
Fysieke, psychische en sociale fragiliteit
De vorsers hebben drie verschillende aspecten tegen het licht gehouden: fysieke, psychische en sociale fragiliteit. Een eventueel verlies van autonomie werd gemeten aan de activiteiten van het dagelijkse leven en de instrumentele activiteiten van het dagelijkse leven.
Voor evaluatie van de domeinen van fragiliteit en het type verlies van autonomie of handicap hebben ze twee gevalideerde Nederlandse tools gebruikt: de Tilburg Frailty Indicator (TFI) en de Groningen Activity Restriction Scale (GARS). De levenskwaliteit werd gemeten met de WHOQOL-BREF, een tool van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), die informatie verzamelt over de lichamelijke, psychische, sociale en omgevingsgebonden aspecten van de levenskwaliteit.
De Tilburg Frailty Indicator (TFI), die de Universiteit van Tilburg, Nederland, heeft ontwikkeld, stoelt op een vragenlijst in twee delen die via 25 rubrieken eerst de determinanten van fragiliteit evalueert en daarna de lichamelijke, psychische en sociale componenten ervan. In bijlage A vindt u de Engelstalige versie van de vragenlijst.
De Groningen Activity Restriction Scale (GARS) (Engelse versie in bijlage B) is in de jaren negentig ontwikkeld door de Universiteit van Groningen, Nederland. Die schaal evalueert het verlies van autonomie (18 vragen over de activiteiten van het dagelijkse leven en de instrumentele activiteiten).
De studie leert dat 2 types fragiliteit een voorspellende waarde hebben. Psychische fragiliteit heeft een voorspellende waarde ten aanzien van 4 aparte domeinen van de levenskwaliteit en fysieke fragiliteit heeft een voorspellende waarde ten aanzien van 3 domeinen van de levenskwaliteit.
Sociale fragiliteit had enkel een significante voorspellende waarde wat de kwaliteit van het sociale leven en de omgevingsgebonden levenskwaliteit betreft. Verlies van autonomie bij de activiteiten van het dagelijkse leven en de instrumentele activiteiten had, eigenaardig genoeg, de geringste voorspellende waarde.
De auteurs onderstrepen dat die gegevens belangrijk zijn voor de preventie en met name in de eerstelijnszorg (huisartsen, thuisverpleegkundigen enz.) en raden een stroomopwaartse interventie aan om die factoren aan te pakken teneinde een achteruitgang van de levenskwaliteit van ouderen te voorkomen of af te remmen.
Bron:
- Gobbens, R.J.J.; van der Ploeg, T. The Prediction of Quality of Life by Frailty and Disability among Dutch Community-Dwelling People Aged 75 Years or Older. Healthcare 2024, 12, 874. https://doi.org/10.3390/healthcare12090874