Dossiers  >   Huisartsgeneeskunde  >  Link tussen luchtvervuiling en fysieke handicap bij (jonge) ouderen

Link tussen luchtvervuiling en fysieke handicap bij (jonge) ouderen

In een recente Amerikaanse studie is een correlatie gevonden tussen langdurige blootstelling aan luchtvervuiling en fysieke handicap bij ouderen, ook bij jonge ouderen. Het is nog niet duidelijk wat de onderliggende mechanismen zijn. Neemt niet weg dat meer waakzaamheid geboden is met het oog op een betere preventie en vroege behandeling van die vormen van gedeeltelijk verlies van autonomie.(1)

Een Amerikaanse groep heeft gezocht naar een eventuele correlatie tussen luchtvervuiling en fysieke handicap in een grote groep ouderen in de Verenigde Staten. Hun studie is in oktober 2024 gepubliceerd in The Lancet Heathly Longevity.1 Ze hebben die studie uitgevoerd gezien de bewezen link tussen luchtvervuiling en verschillende chronische ziektes en het feit dat die chronische ziektes vaak leiden tot een verlies van functioneren en autonomie bij ouderen.

Voor hun studie zijn ze uitgegaan van de gegevens van de HRS-cohorte (Health and Retirement Survey, HRS), een onderzoeksproject van de Universiteit van Michigan, over problemen bij de activiteiten in het dagelijkse leven tijdens de periode 2000-2016. Die gegevens hebben ze gekoppeld aan de gemiddelde concentraties van fijn stof (PM2,5 en PM10), stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3), vier belangrijke vervuilende stoffen in de lucht, in de woonplaats van de deelnemers.

Mapping van luchtvervuiling in de Verenigde Staten.

De analyse betrof 15 411 respondenten van minstens 65 jaar. De gemiddelde leeftijd was 70,2 jaar (SD 6,5 jaar). 55% waren vrouwen. 48% heeft verklaard dat er tijdens een follow-up van gemiddeld 7,9 jaar nieuwe problemen zijn opgedoken bij de activiteiten van het dagelijkse leven.

Na correctie voor vertekenende factoren werd een correlatie vastgesteld tussen een hoger risico op fysieke handicap bij de activiteiten van het dagelijkse leven en hogere concentraties van PM2,5 (HR 1,03 per 3,7 μg/m³; 95% BI: 0,99-1,08, p = 0,16), PM10 (HR 1,05 per 4,9 μg/m³; 95% BI: 1,00-1,11, p = 0,022) en NO2 (HR 1,03 per 7,5 ppb; 95% BI: 0,99-1,08, p = 0,064), ook al waren niet alle correlaties statistisch significant.

Het ozongehalte daarentegen correleerde met een lager risico op fysieke handicap (HR 0,95 per 3,7 ppb; 95% BI: 0,91-1,00, p = 0, 030). 

Bij combinatie van de verschillende vervuilers werden dezelfde correlaties teruggevonden als bij analyse per vervuilende stof.

Figuur uit de studie.1

  • Minimale correctie: tijd in de studie, geslacht en ras.
  • Gedeeltelijke correctie: scholingsniveau, sociaaleconomische toestand, inkomen en kenmerken van de belangrijkste woonplaats.
  • Volledige correctie: mate van verstedelijking. 

In hun commentaar vestigen de auteurs de aandacht op de verschillen (samenstelling en bronnen) tussen PM10 in een stedelijk gebied en PM10 op het platteland.

Ze concluderen dat luchtvervuiling weleens een onderschatte oorzaak van fysieke handicap later in het leven zou kunnen zijn. Ze pleiten dan ook voor verder onderzoek ter zake.

In afwachting van een analyse van de onderliggende mechanismen is het wellicht toch verstandig daar rekening mee te houden met het oog op een betere preventie en vroege behandeling van die vormen van fysieke handicap bij ouderen. 

Bron:

  1. Gao J, Mendes de Leon CF, Zhang B, et coll. Long-term air pollution exposure and incident physical disability in older US adults: a cohort study. Lancet Healthy Longev. 2024 Oct; https://doi.org/10.1016/j.lanhl.2024.07.012
Long-term air pollution exposure and incident physical disability in older US adults: a cohort study

Patrice Pinguet - Belangenconflicten: geen • MediQuality