Is het miltvolume een mogelijke biomarker voor ziekteactiviteit en prognose bij IBD?
Die vraag stelden enkele Griekse onderzoekers zich. Uit hun onderzoek bleek dat bij de zieke van Crohn het miltvolume overwegend verhoogd is. Wanneer dit volume gecorrigeerd werd voor BMI (Miltvolume/BMI-ratio), dan was deze ratio een betere indicator voor ziekteactiviteit dan het absolute miltvolume. Bij colitis ulcerosa is het volume van de milt doorgaans onveranderd of zelfs kleiner dan bij de ziekte van Crohn.
Enerzijds zijn chronisch inflammatoire darmaandoeningen (IBD) gekenmerkt door disregulatie van het immuunsysteem en anderzijds speelt de milt speelt een primaire rol bij systemische inflammatie en immuunreacties anderzijds. Daarom werd in het verleden de directe relatie tussen IBD-aandoeningen en het miltvolume in verschillende studies al onderzocht. Splenomegalie kan dan wel andere oorzaken hebben zoals portale hypertensie, myeloproliferatieve aandoeningen of infecties, meer recent onderzoek legde de focus op het directe verband tussen IBD en het miltvolume. Door moderne medische beeldvormingstechnieken kunnen veranderingen in het volume van de milt goed worden gemeten. Die verschillen kunnen waardevolle inzichten verschaffen over de ziekteactivieit, ernst en respons op biologische therapieën. Dit team van Griekse onderzoekers besloot om een systematische review uit te voeren over dit directe verband. De literatuurstudie liep tot maart 2025 en omvatte negen studies die de directe relatie onderzochten.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen