Dossiers  >   Slaapstoornissen  >  Polysomnografie: ooit revolutionair, nu aan herziening toe?

Polysomnografie: ooit revolutionair, nu aan herziening toe?

De polysomnografie (PSG) maakte slaap meetbaar. Maar de gouden standaard uit de twintigste eeuw kraakt onder haar eigen gewicht. De techniek is duur, complex en niet altijd representatief voor hoe mensen werkelijk slapen. Terwijl draagbare sensoren en algoritmen terrein winnen, rijst de vraag: heeft de PSG nog een plaats in de praktijk van morgen? Een nieuwe review1 in het Journal of Sleep Research plaatst die vraag in perspectief.

De ontdekking van REM-slaap in de jaren 1950 leidde al snel tot een revolutionaire techniek: de polysomnografie. Met meterslange EEG-papierrollen – goed voor zowat 10 kilogram per nacht – die handmatig moesten worden geanalyseerd, groeide dit uit tot een praktischere, strak gestandaardiseerde onderzoeksmethode.

Maar één nacht om te meten, en een mens om te scoren

Zelfs gezonde slapers slapen anders in een vreemd bed. Toch wordt slaaponderzoek vaak op één nacht gevoerd. Dat "first-night-effect" gaat samen met langere inslaaptijd, meer nachtelijk ontwaken, kortere totale slaaptijd en minder REM. Bij obstructieve slaapapneu zag een andere studie2 uit 2023 op de tweede nacht gemiddeld 25,8 minuten extra slaap en 2,6 minuten meer REM.

Bijgevolg kan één nacht bij insomniapatiënten de indruk wekken dat de slaap korter is: in een studie3 uit 2024 bleek ongeveer 40% met insomnia op nacht 1 niet meer aan dat criterium te voldoen op nacht 2. In een andere studie uit 20254 bleek bij 46% een "objectieve insomnia" pas op te treden in nacht 2, 3 of 4 (respectievelijk 37,2%, 6,2% en 2,6%). Twee nachten registreren is dus betrouwbaarder en wordt in trials ook aanbevolen, maar is in de routinezorg zelden praktisch en economisch haalbaar.

De slaap scoren blijft mensenwerk, en twee technici beoordelen dezelfde nacht zelden identiek. Een meta-analyse5 rapporteerde dat de overeenstemming tussen technici in studies schommelt rond 70%. Een gericht online trainingsprogramma in een Taiwanese studie van 20246 hielp maar elimineerde de subjectiviteit niet helemaal: de globale overeenstemming steeg van 74,6% naar 82,3%. Waar voorheen 20,0% (14 van de 70 scorers) met meer dan 80% overeenstemde, werd dat na de training 58,6% (41/70). Vooral het grensgebied tussen waken en lichte slaap (stadium N1) zorgde voor verwarring.

De slaaparchitectuur versimpelt, maar moet een complexer beeld weergeven

De regels van de American Academy of Sleep Medicine zorgen sinds 2007 voor uniformiteit, maar brengen ook rigiditeit mee: het samenvoegen van de vroegere slaapstadia 3 en 4 tot één "N3" maakt rapporten overzichtelijker, maar verdoezelt verschillen tussen matige en diepe trage-golfslaap – informatie die relevant is voor parasomnia en groeihormoonafgifte. Ook het onderscheid tussen tonische en fasische REM verdween uit de routine, terwijl die fasen fysiologisch sterk uiteenlopen. Daarnaast krijgt elk tijdvenster van 30 seconden een "slaapstadium", alsof slaap in hokjes past.

Een klassiek PSG-rapport somt tegenwoordig percentages N2 en REM op, maar zegt weinig over het verloop doorheen de nacht. Twee patiënten kunnen evenveel diepe slaap hebben, maar bij de één is die geconcentreerd aan het begin van de nacht, bij de ander versnipperd. Video-PSG blijft ook cruciaal bij nachtelijke bewegingsstoornissen: wat op EEG een arousal lijkt, kan in beeld epilepsie of slaapwandelen blijken.

De prijs van precisie

De maatschappelijke last is hoog: een studie7 uit 2021 schatte de extra zorgkosten door slaapstoornissen in de VS op 94,9 miljard dollar per jaar. Een PSG vergt dure apparatuur en meerdere uren gespecialiseerd personeel. Thuisregistraties verlagen de kost, maar zonder technicus daalt de kwaliteit sneller wanneer elektroden loskomen en bij hypermotorische events.

Een lichtpunt aan de horizon: draagbare toestellen maken opvolging in het dagelijkse leven haalbaarder. Actigrafie (polsmeting van rust en activiteit) in smartwatches en andere consumenten-trackers registreert continu beweging, hartslag en ademhaling en kan slaapmisperceptie helpen onderscheiden. Maar het zijn geen medische apparaten: ze schatten slaap, ze meten die niet objectief. Daarom vraagt de World Sleep Society om strikte grenzen tussen wellness-gadgets en klinisch gebruik, met heldere kwaliteits- en datarichtlijnen.

Tot slot, de klassieke PSG is niet dood, maar moet zich heruitvinden. Waar ze vroeger de slaap definieerde, moet ze nu haar eigen grenzen erkennen. De volgende stap ligt in een fijnere analyse, dankzij microstructuur, dynamiek en artificiële intelligentie. Zo groeit de PSG uit tot een rijker, patiëntgerichter instrument met meer nuance en meer houvast. Hoe dat er kan uitzien, leest u in het volgende artikel in deze reeks.

Bronnen:

  1. Leger, Damien et al. "Polysomnography in Transition: Reassessing Its Role in the Future of Sleep Medicine." Journal of sleep research, e70217. 10 Oct. 2025, doi:10.1111/jsr.70217
  2. Strassberger, Christian et al. "Night-to-Night Variability of Polysomnography-Derived Physiologic Endotypic Traits in Patients With Moderate to Severe OSA." Chest vol. 163,5 (2023): 1266-1278. doi:10.1016/j.chest.2022.12.029
  3. Cox, Roy et al. "The first-night effect and the consistency of short sleep in insomnia disorder." Journal of sleep research vol. 33,1 (2024): e13897. doi:10.1111/jsr.13897
  4. Masaki, Minori et al. "Discrepancies between subjective and objective sleep assessments revealed by in-home electroencephalography during real-world sleep." Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America vol. 122,3 (2025): e2412895121. doi:10.1073/pnas.2412895121
  5. Lee, Yun Ji et al. "Interrater reliability of sleep stage scoring: a meta-analysis." Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine vol. 18,1 (2022): 193-202. doi:10.5664/jcsm.9538
  6. Liao, Ying-Siou et al. "Polysomnography scoring-related training and quantitative assessment for improving interscorer agreement." Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine vol. 20,2 (2024): 271-278. doi:10.5664/jcsm.10852
  7. Huyett, Phillip, and Neil Bhattacharyya. "Incremental health care utilization and expenditures for sleep disorders in the United States." Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine vol. 17,10 (2021): 1981-1986. doi:10.5664/jcsm.9392
Polysomnography in Transition: Reassessing Its Role in the Future of Sleep Medicine
Night-to-Night Variability of Polysomnography-Derived Physiologic Endotypic Traits in Patients With Moderate to Severe OSA
The first-night effect and the consistency of short sleep in insomnia disorder
Discrepancies between subjective and objective sleep assessments revealed by in-home electroencephalography during real-world sleep
Interrater reliability of sleep stage scoring: a meta-analysis
Polysomnography scoring–related training and quantitative assessment for improving interscorer agreement
Incremental health care utilization and expenditures for sleep disorders in the United States

Thomas Henry - Belangenconflicten: geen • MediQuality