Dossiers  >   Hypertensie  >  Toevallig ontdekte hypertensie bij postmenopauzale vrouwen. Verhogen protonpompremmers het risico?

Toevallig ontdekte hypertensie bij postmenopauzale vrouwen. Verhogen protonpompremmers het risico?

Verhogen protonpompremmers het risico op hypertensie bij postmenopauzale vrouwen? Op het congres van de AHA 2025 is een studie ad hoc gepresenteerd1 waarvoor de vorsers de dossiers van 64 720 vrouwen die gedurende bijna 10 jaar werden gevolgd in de Women’s Health Initiative Observational Study (WHI), hebben doorgenomen.

Protonpompremmers (PPI) worden veel gebruikt om de hoeveelheid maagzuur te verminderen in geval van gastro-oesofageale reflux, oesofagitis, maag- of duodenumulcus of samen met een NSAID en zijn dan ook een van de meest voorgeschreven farmacotherapeutische categorieën ter wereld. PPI worden vaak gedurende lange tijd ingenomen zonder echt rekening te houden met de (mogelijk ernstige) bijwerkingen. Recente observatieonderzoeken en gerandomiseerde klinische studies wijzen echter op een hogere cardiovasculaire sterfte tijdens behandeling met PPI. De vraag rijst dan ook of PPI niet de oorzaak zouden kunnen zijn van een toevallig vastgestelde hypertensie bij postmenopauzale vrouwen. 

Selectie van vrouwen uit het WHI

De WHI-studie is in de Verenigde Staten uitgevoerd om de werkzaamheid van een behandeling met een oestrogeen al dan niet in combinatie met medroxyprogesteron te evalueren bij postmenopauzale vrouwen. In de studies, die in de jaren 2000 zijn gepubliceerd, correleerde een hormonale substitutietherapie voor de menopauze met een hoger risico op borstkanker en cardiovasculaire accidenten. De vorsers hebben hun studie uitgevoerd bij 64 720 postmenopauzale vrouwen zonder hart- en vaataandoening of hypertensie die hebben deelgenomen aan het WHI. Het aantal voorschriften voor een PPI en het aantal hernieuwde voorschriften werden gedurende een follow-up van gemiddeld 8,7 jaar geteld. De incidentie werd berekend volgens het initiële gebruik van een PPI (ja/neen) en de duur van gebruik (< 1 jaar, 1-3 jaar, > 3 jaar). De resultaten werden gecorrigeerd volgens een propensityscore om vertekenende factoren uit te sluiten.

11%-28% hoger risico met een PPI

Tijdens een follow-up van bijna 10 jaar zijn 28 951 nieuwe diagnosen van hypertensie gesteld. De incidentie van hypertensie was significant hoger bij de PPI-gebruiksters dan bij de vrouwen die geen PPI innamen. Het risico was 38% hoger (HR = 1,38, 95% BI: 1,27-1,49) na correctie voor de leeftijd en 15% hoger (HR = 1,15, 95% BI: 1,06-1,25) na correctie voor een rist variabelen in samenhang met 1) de levenswijze (alcoholconsumptie, roken, DIET-voedingsscore, lichaamsbeweging, slaaptijd), 2) klinische risicofactoren (BMI, familievoorgeschiedenis van hart- en vaataandoeningen, behandelde hypercholesterolemie, behandelde diabetes, inname van aspirine, NSAID's, corticosteroïden of een hormoontherapie) en 3) de opleiding en het inkomen. De correlatie bleef significant na correctie voor de propensityscore (HR = 1,17, 95% BI: 1,14-1,19). Het risico steeg ook significant (p < 0,001) met de duur van de behandeling: van 11% hoger bij een korte behandeling (< 1 jaar) naar 28% hoger bij een lange behandeling (> 3 jaar) na correctie voor de variabelen. Het risico steeg niet verder als de PPI gedurende meer dan 3 jaar werd ingenomen. 

Beredeneerd en redelijk voorschrijven

Na correctie voor demografische, klinische variabelen en de levenswijze blijkt het gebruik van protonpompremmers te correleren met een hoger risico op hypertensie bij postmenopauzale vrouwen. Hoe langer de behandeling, des te hoger is het risico. Ook de inname van oestrogenen per os verhoogt het risico op hypertensie. Vandaar het belang van een beredeneerd en redelijk gebruik van PPI bij postmenopauzale vrouwen. 

Bron:

  1. Soliman AI, et al. AHA 2025 ;#P3079. Proton Pump Inhibitor Use and Incident Hypertension in Postmenopausal Women: Results from the Women's Health Initiative.
P3079 - 2025: Proton Pump Inhibitor Use and Incident Hypertension in Postmenopausal Women: Results from the Women's Health Initiative.

Dr. Claude Biéva - Belangenconflicten: geen • MediQuality