Dossiers  >   Ovariumkanker  >  Ovariumkanker: beperkingen van chirurgie + chemotherapie ± bevacizumab (Belgisch onderzoek)

Ovariumkanker: beperkingen van chirurgie + chemotherapie ± bevacizumab (Belgisch onderzoek)

Volgens een Belgisch observatieonderzoek uitgevoerd in het reële leven bestond de behandeling van ovariumkanker voor de invoering van gerichte geneesmiddelen (2018) hoofdzakelijk uit cytoreductieve chirurgie en chemotherapie. Het responspercentage was vrij hoog, althans in het begin.

De behandeling van ovariumkanker is recent veranderd. Els Van Nieuwenhuysen et coll. (Leuven Cancer Institute) hebben een retrospectief observatieonderzoek uitgevoerd, waarin werd nagegaan hoe Belgische patiënten bij wie tussen 2007 en 2018 gevorderde ovariumkanker (FIGO-stadium III of IV) was gediagnosticeerd, werden behandeld. De studie is uitgevoerd bij 120 vrouwen (hooggradige sereuze of endometroïde ovariumkanker), die gedurende hoogstens 20 maanden na het stellen van de diagnose werden gevolgd.

De respons is geëvalueerd bij 113 patiënten (mediane leeftijd: 66 jaar). 49,6 % had ovariumkanker in stadium IV, bij 53,1 % is een debulking uitgevoerd, 98,2 % heeft chemotherapie gekregen (in 95 % van de gevallen carboplatine + paclitaxel) en 35,4 % heeft bevacizumab gekregen (over het algemeen ovariumkanker in stadium IV). De auteurs onderstrepen dat meer dan de helft van de patiënten pas in een later stadium een debulking heeft ondergaan, vaak na een neoadjuvante chemotherapie (circa 75 %).

Hoge frequentie van recidief

In die studie was het initiële responspercentage hoog: bijna 60 % complete respons of geen tumorresten meer en 31 % partiële respons. Zes maanden na behandeling vertoonde circa 65 % van de patiënten geen tekenen van ziekteprogressie of recidief, maar na 20 maanden was dat cijfer gedaald tot 37 %. De frequentie van recidief was dus hoog.

In dat cohortonderzoek is geen significante toename van de totale overleving vastgesteld bij behandeling met bevacizumab. Er was echter wel een positieve tendens. Bij 14,3 % van de geteste 84 patiënten is een BRCA1/BRCA2-mutatie gevonden. Er is niet gezocht naar homologe recombinatiedeficiëntie. Het klinische belang daarvan was immers nog niet bekend voor de komst van gerichte geneesmiddelen en met name PARP-remmers.

Opsporing van BRCA-mutaties en homologe recombinatiedeficiëntie

De studie is historisch bijzonder interessant: ze beschrijft de behandeling van ovariumkanker net voor de invoering van gerichte geneesmiddelen. En die "klassieke" behandelingen hadden blijkbaar maar een beperkte waarde: ondanks het aanvankelijk hoge responspercentage is snel een recidief opgetreden (bijna 50 % na 20 maanden). Dat bevestigt het chronische en recidiverende karakter van ovariumkanker.

Opsporing van een mutatie van het BRCA1- of het BRCA2-gen en van homologe recombinatiedeficiëntie is essentieel als wordt beslist een PARP-remmer voor te schrijven. Vroeger werden die biomarkers weinig of niet bepaald.

In deze studie uitgevoerd in het reële leven had bevacizumab geen significant effect. Dat staat haaks op de bevindingen van bepaalde klinische studies. Verklaringen voor die discordantie zijn de strengere selectie van patiënten in klinische studies en verschillen in therapietrouw en comorbiditeit, en bovendien is het niet eenvoudig de resultaten van experimentele studies door te trekken in de praktijk.

Bron:

Van Nieuwenhuysen E, Henry S, Muylle K et coll. Real-life data on clinical characteristics, treatments and outcomes of patients with newly diagnosed advanced-stage ovarian cancer: an observational study from Belgium. Acta Clin Belg. 2026 Apr;81(2):95-105. doi: 10.1080/17843286.2025.2608786.

Real-life data on clinical characteristics, treatments and outcomes of patients with newly diagnosed advanced-stage ovarian cancer: an observational study from Belgium

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality