axSpA en inflammatoire darmziekten: het ei of de kip?
Er bestaat een bidirectionele correlatie tussen spondyloartritis en inflammatoire darmziekten. Daarom is het belangrijk een reumatologisch onderzoek te koppelen aan een onderzoek van het spijsverteringskanaal en omgekeerd.
Spondyloartritis en inflammatoire darmziekten zijn immunologisch gemedieerde aandoeningen met gemeenschappelijke pathofysiologische mechanismen en klinische kenmerken. De temporele relatie tussen het optreden van spondyloartritis en de diagnose van een inflammatoire darmziekte is echter nog onvoldoende beschreven.
Manasi Agrawal et coll. (Kopenhagen, Denemarken) hebben zowel de prevalentie van spondyloartritis in de jaren vóór de diagnose van inflammatoire darmziekte als de incidentie van spondyloartritis na die diagnose geëvalueerd. Voor hun nationale populatiecohortonderzoek maakten ze gebruik van Deense registers uit de periode 1998–2022. Tijdens die periode telde Denemarken 5 417 081 inwoners. De vorsers identificeerden 17 108 patiënten met inflammatoire darmziekten (29,5 % ziekte van Crohn en 70,5 % colitis ulcerosa) en matchten hen met 85 540 controlepersonen.
Spondyloartritis vóór de diagnose van inflammatoire darmziekte
Tijdens de 8 jaren vóór de diagnose van inflammatoire darmziekte was de kans op een diagnose van spondyloartritis, na correctie voor leeftijd, geslacht en kalenderperiode, significant hoger bij patiënten met inflammatoire darmziekten dan in de controlegroep. De gecorrigeerde odds ratio (aOR) voor spondyloartritis vóór de diagnose van inflammatoire darmziekte bedroeg 1,95 (95 % CI: 1,78–2,14). De correlatie was sterker bij patiënten met de ziekte van Crohn (aOR 2,84; 95 % CI: 2,43–3,32) dan bij patiënten met colitis ulcerosa (aOR 1,61; 95 % CI: 1,43–1,81). De correlatie was duidelijk sterker voor axiale dan voor perifere spondyloartritis. Voor alle inflammatoire darmziekten bedroeg de aOR 4,65 (95 % CI: 3,63–5,95) voor axiale spondyloartritis tegenover 1,74 (95 % CI: 1,58–1,93) voor perifere spondyloartritis. De sterkste correlatie werd vastgesteld bij patiënten met axiale spondyloartritis die later de diagnose van de ziekte van Crohn kregen (aOR 11,49; 95 % CI: 7,55–17,92).
Spondyloartritis na de diagnose van inflammatoire darmziekte
Na de diagnose van inflammatoire darmziekte was het risico op incidente spondyloartritis, na correctie voor leeftijd, geslacht en kalenderperiode, significant hoger dan in de controlegroep. De gecorrigeerde hazard ratio (aHR) bedroeg 2,51 (95 % CI: 2,34–2,70). De aHR was hoger bij patiënten met de ziekte van Crohn (aHR 3,17; 95 % CI: 2,81–3,59) dan bij patiënten met colitis ulcerosa (aHR 2,24; 95 % CI: 2,05–2,45). De sterkste correlatie werd vastgesteld bij patiënten met de ziekte van Crohn die later axiale spondyloartritis ontwikkelden (aHR 8,28; 95 % CI: 5,95–11,51).
Vroege opsporing van een geassocieerde inflammatoire aandoening is dus essentieel om complicaties te beperken en de behandeling aan te passen. Sommige geneesmiddelen, zoals TNF-alfa-antagonisten en JAK-remmers, zijn immers werkzaam bij beide aandoeningen.
Bron:
Agrawal M, Sorensen C, Poulsen G et coll. Spondyloarthritis preceding and following inflammatory bowel disease diagnosis and risk factors: a temporal trends analysis in a population-based cohort. Arthritis Rheumatol. 2026 Feb 19. doi:10.1002/art.70095.