Diagnose en behandeling van pulmonale hypertensie. Wat is er veranderd in de richtlijnen van 2022?
Prof. Marion Delcroix (UZ Leuven) heeft tijdens een gezamenlijke sessie van de ESC en de Belgian Society of Cardiology de nieuwe richtlijnen over pulmonale hypertensie gepresenteerd. Dat die richtlijnen zijn gepresenteerd door een iemand die ook zelf heeft meegewerkt aan het opstellen van de richtlijnen, is volgens prof. Michel De Pauw, voorzitter van de BSC, andermaal een bewijs van de uitmuntendheid van de Belgische cardiologie. Een overzicht van de veranderingen inzake diagnose, opsporing, beeldvorming, risicostratificatie en behandeling.

De oude richtlijnen over pulmonale hypertensie dateerden van 2015. We hebben dan ook reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe richtlijnen.1 Een eerste belangrijk punt betreft de hemodynamische definitie van pulmonale hypertensie (gemiddelde PAP > 20 mmHg). Pulmonale hypertensie wordt opgesplitst in een precapillaire vorm (pulmonale wiggendruk ≤ 15 mmHg) met een pulmonale vaatweerstand > 2 UW en een postcapillaire vorm (wiggendruk > 15 mmHg) geïsoleerd of gecombineerd (pulmonale vaatweerstand respectievelijk ≤ en > 2 UW). De classificatie in 5 groepen blijft behouden.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen