Medisch  >  Aanpak van atriumfibrillatie: wat mogen we verwachten van een systematische screening?

Aanpak van atriumfibrillatie: wat mogen we verwachten van een systematische screening?

De prevalentie van atriumfibrillatie en de daarmee samenhangende risico’s stijgt met de leeftijd. De ESC raadt een opportunistische screening aan. Wat zouden we mogen verwachten van een systematische screening van een geselecteerde populatie? Een daling van de incidentie van CVA en de sterfte? Maar hoe en tegen welke kosten? Tekst en uitleg door prof. Emma Svennberg (Stockholm).

15-30% van de patiënten met atriumfibrillatie heeft geen symptomen. Het risico op trombo-embolie is echter even hoog als bij patiënten met symptomen. Bij driekwart van de patiënten is een antistollingstherapie geïndiceerd. Bij 5% van de patiënten wordt de atriumfibrillatie pas ontdekt naar aanleiding van een CVA. Screening is dus van het grootste belang. De richtlijnen van de ESC van 2020 raden een opportunistische screening aan bij 65-plussers (klasse I, niveau B). Zo'n screening is ook te overwegen bij 75-plussers en patiënten die een hoog risico op CVA lopen (klasse IIa, niveau B). Wat mogen we verwachten van een systematische screening? In de studies eBRAVE, STROKESTOP en SCREEN-AF is bij respectievelijk 2,4%, 3% en 5,3% van de 65-plussers na 2 weken een diagnose gesteld van atriumfibrillatie. In een meta-analyse van 9 klinische studies bij in het totaal 85 209 patiënten bedroeg de HR bij systematische screening in vergelijking met geen screening 2,73 en die bij opportunistische screening in vergelijking met geen screening 1,45. Welke invloed heeft dat op de prognose?

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen