Atriumfibrillatie, tachycardie, extrasystolen. Sporten: nog of niet meer?
Sporten staat borg voor een goede cardiovasculaire gezondheid in de algemene bevolking, maar er zijn situaties waarin sporten af te raden is en zelfs verboden, meer bepaald bij mensen met hartritmestoornissen. Hoe spoor je die op? Welke onderzoeken vraag je aan: ecg, inspanningsproef, echografie, MRI …? Hoe raam je het risico? Wat vertel je een patiënt met een hypertrofische cardiomyopathie? Stoppen met sporten of net blijven sporten? De antwoorden van prof. C. de Chillou (CHRU Nancy).
Regelmatig lichaamsbeweging nemen verlaagt het risico op optreden van hart- en vaataandoeningen en de sterfte. Er bestaat echter een risicogroep waarvoor sporten schadelijk kan zijn. Over welk risico spreken we dan? Prof. Chillou: "Mensen met cardiovasculaire risicofactoren zoals ischemisch hartlijden lopen risico op plotselinge dood. Hoe spoor je die patiënten op? Zij worden immers niet zo goed gevolgd als topatleten, die gezien de intensiteit van hun sportactiviteit medisch zeer goed worden begeleid. Dat brengt ons bij een paradox: Jan Modaal die elke ochtend gaat joggen, loopt misschien een hoog risico op plotselinge dood zonder het te weten, terwijl competitiesporters van kop tot teen worden onderzocht en dus uiteindelijk maar een zeer laag risico lopen".
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen