Persisterende atriumfibrillatie: endocavitaire ablatie of ablatie van de AV knoop met pacing als eerstelijnstherapie?
Het nut van isolatie van de longaders (PVI) of PVI in combinatie met een nieuwe ablatiestrategie (Marshall-PLAN) is bewezen bij paroxismale AF: beter behoud van het sinusritme dan bij een persisterende AF. Moet je die optie toch proberen bij een persisterende AF of kies je misschien beter meteen voor een ablatie van de AV-knoop met pacing van de geleidingsbanen, dus een resynchronisatietechniek met biventriculaire pacing of pacing van de zone van de linkerbundeltak? Antwoorden door prof. H. Pürerfellner (Oostenrijk) en prof. AZ. Meznar (Slovenië).
Bij een persisterende AF bedraagt het slaagpercentage van ablatie 50-60% na één enkele procedure. Bij een paroxismale AF is dat 70-90%. Vaak recidiveert de atriumfibrillatie binnen een jaar als gevolg van reconnecties tussen de longaders die blijven bestaan, zelfs na 4 procedures. Voorspellers van slagen zijn de grootte van de linkervoorkamer, de duur van de episoden, de leeftijd, het geslacht, comorbiditeit, diabetes en slaapapneu, maar die zijn niet feilloos. Uiteindelijk heb je 2 opties: PVI voor controle van het ritme of ablatie van de AV-knoop met pacing van de linkerbundeltak voor controle van het kamerantwoord.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen