Medisch  >  Bevestiging van het nut van glucosesensors bij type 2-diabetes

Bevestiging van het nut van glucosesensors bij type 2-diabetes

Naast de behandeling (orale en injecteerbare antidiabetica) hebben ook glucosesensors een omwenteling teweeggebracht bij de behandeling van type 2-diabetes. Dankzij continue glucosemonitoring kan je de behandeling aanpassen, intensiveren en bij oudere patiënten afbouwen. Een overzicht van de huidige richtlijnen en toekomstperspectieven ter zake.

Tijdens het ‘'ATTD 2025'-congres heeft Bruno Guerci (Nancy, Frankrijk) de zware taak op zich genomen een overzicht te geven van continue glucosemonitoring bij de behandeling van type 2-diabetes. Hij stelt vast dat, zelfs als de behandeling suboptimaal is (HbA1c-gehalte > 7,5% en zelfs > 8%), het lang duurt voor de behandeling wordt opgedreven: gemiddeld 2 jaar bij type 2-diabetespatiënten die één antidiabeticum krijgen, en 7 jaar bij patiënten die twee of drie antidiabetica krijgen. Maar ondertussen kunnen micro- en macrovasculaire complicaties optreden en irreversibel worden. Doet die situatie zich enkel voor bij patiënten met type 2-diabetes die een orale behandeling krijgen? Helaas niet. Zelfs in geval van insulinetherapie en als het HbA1c-gehalte hoger is dan 7,7%, wordt slechts bij 31% van de patiënten voorgesteld de behandeling op te drijven en de tijd tot intensivering van de behandeling duurt dan gemiddeld 3,7 jaar. Factoren die correleren met een aanpassing van de behandeling, zijn de leeftijd, de duur van de diabetes, het aantal orale antidiabetica in combinatie met insuline en de comorbiditeit (volgens de Charlson-score).

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen