Behandeling van hivpositieve kinderen: welke factoren voorspellen een falen van de behandeling?
Bijna 2,4 miljoen kinderen en adolescenten zijn geïnfecteerd met het hiv. Bijna 90% leeft in Sub-Saharaans Afrika, waar de toegang tot behandeling zo beperkt is dat nauwelijks de helft wordt behandeld. Vaak mislukt de behandeling en wel om allerhande redenen zoals een laat starten van de behandeling, een slechte therapietrouw en een gebrekkige follow-up. Tegen die achtergrond is het belangrijk factoren te achterhalen die een therapeutisch falen voorspellen. Wat leert de ODYSSEY-studie daarover?(1) 85% van de kinderen die in die studie zijn opgenomen, leeft in Afrika.
In ontwikkelde landen is de strijd tegen aids sterk verbeterd, maar in Afrika blijft de situatie verontrustend. Tijdens de 13e International AIDS Society Conference on HIV Science in Kigali, Rwanda, hebben de organisatoren eraan herinnerd dat de strijd tegen hiv op Afrikaanse bodem nog helemaal niet ten einde is, ook al is significante vooruitgang geboekt. Er zijn nog altijd grote problemen: beperkte toegang tot behandeling, belangrijke overdracht van moeder op kind, gebrekkige follow-up en sterke discriminatie van specifieke bevolkingsgroepen zoals mannen die seks hebben met mannen, sekswerkers, migranten, kinderen en adolescenten. Die laatsten betalen een zware tol. In Sub-Saharaans Afrika leven meer dan 2 miljoen hivpositieve kinderen en adolescenten. 57% van de kinderen van 0-14 jaar krijgt een behandeling tegen 77% van de volwassen hiv-geïnfecteerde patiënten. Therapeutisch falen is legio (66%), wat samenhangt met een hogere sterfte. 3% van de hiv-geïnfecteerde patiënten zijn kinderen, maar kinderen zijn goed voor 12% van de sterfte aan aids. Een manier om de situatie te verbeteren is de factoren opsporen die correleren met therapeutisch falen. Wat leert de ODYSSEY-studie wat dat betreft?
20% therapeutisch falen
De ODYSSEY-studie is uitgevoerd bij 792 kinderen en adolescenten van 3 maanden tot < 18 jaar. Bij 383 kinderen (mediane leeftijd: 10,5 jaar) werd een eerstelijnstherapie gestart met DTG (n = 189) of een standaardbehandeling (n = 194). 82% van de patiënten leefde in Afrika (Oeganda, Zimbabwe, Zuid-Afrika), 13% in Thailand en 5% in Europa. Ze werden in twee groepen ingedeeld volgens het gewicht: 72 patiënten wogen minder dan 14 kg en 309 ≥ 14 kg. Bij inclusie bedroeg het mediane percentage CD4-positieve T-lymfocyten 20% (CD4%) en 19% had aids stadium 3 of 4. De standaardbehandeling bestond in EFV (92%) bij de patiënten ≥ 14 kg en LPV/r (78%) bij de kinderen < 14 kg. Na 96 weken werd bij 20% van de kinderen een therapeutisch falen vastgesteld (klinisch falen: 23% en virologisch falen: 77%). In het totaal ging het om 75 gevallen, waarvan 24 in de DTG-groep en 51 in de groep die de standaardbehandeling kreeg. De vorsers hebben allerhande factoren tegen het licht gehouden: demografische (geslacht, zorgverstrekker en regio), antropometrische gegevens (gewicht, lichaamslengte, BMI gecorrigeerd voor de leeftijd …), markers van infectie (CD4%, viruslast, aidsstadium) en hematologische parameters (plaatjes, neutrofiele cellen en Hb).
Factoren met een voorspellende waarde
Een behandeling met DTG en een gewichtstoename, met name bij kinderen < 14 kg, correleerden met een lager risico op therapeutisch falen. Na correctie voor het gewicht en de behandelingsgroep waren een lage BMI volgens de leeftijd, een laag percentage CD4-cellen, aids stadium 3 of 4, een hoog aantal neutrofiele cellen en een woonplaats in Afrika onafhankelijke voorspellers van therapeutisch falen (p < 0,02). Bij multivariate analyse correleerden enkel een behandeling op basis van DTG, de BMI, het percentage CD4-cellen, aids stadium 3 of 4 en de regio met therapeutisch falen (p < 0,1). De voorspellende factoren waren identiek in de 2 behandelingsgroepen.

Een onlinetool voor artsen
- Het risico op therapeutisch falen was lager bij de kinderen die een behandeling kregen op basis van DTG, dan bij de kinderen die een standaardbehandeling kregen.
- Voorspellers waren een jonge leeftijd, een lage BMI volgens de leeftijd, een laag percentage CD4-cellen, aids stadium 3 of 4 en een hoog aantal neutrofiele cellen, ongeacht de behandeling.
Die gegevens kunnen artsen helpen na te gaan welke kinderen een hoog risico op therapeutisch falen lopen. In die groep zouden een injecteerbare antiretrovirale behandeling en campagnes om de therapietrouw te verbeteren nuttig kunnen zijn. Dat moet verder worden uitgepluisd.
Bron:
- Wyncoll J, et al. IAS 2025;#832. https://ias.reg.key4events.com/key4register/AbstractList.aspx?e=104&preview=1&aig=-1&ai=57900