Medisch  >  ERS 2025: aanwinsten bij chronische rinosinusitis met neuspoliepen

ERS 2025: aanwinsten bij chronische rinosinusitis met neuspoliepen

Op het jaarlijkse congres van de European Respiratory Society (ERS 2025), dat in september heeft plaatsgevonden in Amsterdam, zijn meerdere studies gepresenteerd, die vrij interessante informatie hebben opgeleverd over chronische rinosinusitis en neuspoliepen. De gemeenschappelijke noemer: opsporing van een betere controle van de symptomen en een betere levenskwaliteit van de patiënten.

De eerste studie is uitgevoerd door een groep van grotendeels Britse artsen en heeft de symptomen en de levenskwaliteit onderzocht bij patiënten met een chronische rinosinusitis in samenhang met neuspoliepen die wie al dan niet een of meerdere polypectomieën hadden ondergaan.1 De studie is uitgevoerd in het reële leven in Europa, de Verenigde Staten en Japan. De vorsers zijn voor hun studie uitgegaan van de gegevens van het Adelphi Real World CRS Disease Specific Programme™, een transversale enquête uitgevoerd van maart tot september 2023 bij artsen en patiënten met chronische rinosinusitis in samenhang met neuspoliepen (CRSwNP). De artsen hebben de klinische kenmerken van de patiënten, de ernst van de symptomen en de neuspoliepscore (NPS - Nasal Polyp Score) beschreven. De patiënten hebben meerdere vragenlijsten ingevuld waaronder de SNOT-22 (symptomen) en de WPAI (levenskwaliteit).

245 artsen hebben gegevens geleverd over 795 patiënten met een CRSwNP. De gemiddelde leeftijd was 48,2 jaar en 58,7% waren mannen. 228 patiënten hebben de vragenlijsten ingevuld. Astma was de frequentste comorbiditeit (43,1% van de patiënten). Bij 70,4% van de patiënten was geen polypectomie uitgevoerd, bij 20,4% was 1 polypectomie uitgevoerd en bij 6,3% waren minstens 2 polypectomieën uitgevoerd. De gemiddelde neuspoliepscore was 3,6 (0 polypectomie) en 3,2 (≥ 2 polypectomieën). 15% van de patiënten die geen polypectomie hadden ondergaan, en 24% van de patiënten die minstens 2 polypectomieën hadden ondergaan, hadden ernstige symptomen van polypose gerapporteerd. De totale SNOT-22-score (symptomen) bedroeg gemiddeld respectievelijk 32,6 en 48,1. De gemiddelde WPAI-score (impact op het werk en de levenskwaliteit) bedroeg respectievelijk 24,0% (geen polypectomie) en 34,4% (≥ 2 polypectomieën). De auteurs onderstrepen dat de patiënten ernstige symptomen hadden, die onvoldoende waren verbeterd na chirurgie, en dat die invloed hadden op de levenskwaliteit en het werk. Ze stellen dan ook dat moet worden gezocht naar een betere behandeling.

Een rol voor mepolizumab?

Griekse vorsers hebben het potentieel van mepolizumab onderzocht bij patiënten met een chronische rinosinusitis in samenhang met neuspoliepen (CRSwNP) en astma (CRSwNP + AS).(2) Mepolizumab, een gehumaniseerde monoklonale antistof gericht tegen interleukine-5 (IL-5), wordt al gebruikt in andere indicaties.

In deze studie hebben de vorsers het microbioom van de luchtwegen en het transcriptoom van de gastheer geanalyseerd. De studieopzet was solide. Het aantal patiënten was helaas vrij klein. Mepolizumab had positieve invloed en verbeterde de dysbiose van het microbioom in de luchtwegen en het transcriptoom van de gastheer bij patiënten met een CRSwNP en patiënten met een CRSwNP én astma. 

Een internationale groep heeft op het congres van de ERS 2025 een studie gepresenteerd over het effect van mepolizumab bij de behandeling van patiënten met een ernstig astma en een hoog IgE-gehalte of een chronische rinosinusitis plus neuspoliepen (CRSwNP).(3)

De patiënten werden gerekruteerd in Azië, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten en hebben minstens 1 dosis mepolizumab 100 mg gekregen gedurende 12 maanden. Het aantal klinisch significante astma-aanvallen is significant gedaald in de totale patiëntengroep en bij de patiënten met een CRSwNP (n = 115).

Veelbelovende resultaten met tezepelumab

Een andere internationale groep (Verenigd Koninkrijk, Zweden, Verenigde Staten) heeft de resultaten gepresenteerd van de WAYPOINT-studie, een fase 3-studie die tezepelumab 210 mg of een placebo (in beide gevallen subcutaan om de 4 weken gedurende 52 weken) heeft vergeleken bij patiënten met een chronische rinosinusitis in samenhang met neuspoliepen (CRSwNP) met of zonder astma.4 Circa 60% van de patiënten in beide groepen vertoonde tevens astma. Bij de volwassenen met een ernstige CRSwNP zijn de biomarkers van type 2-ontsteking significant gedaald in de tezepelumabgroep in vergelijking met de placebogroep, ook bij de patiënten die tevens astma hadden.

Bronnen:

  1. F. Hennessy et coll. Symptoms and health-related quality of life by surgical history in patients with chronic rhinosinusitis with nasal polyps: A real-world survey in Europe, the United States of America and Japan. PA5581. Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025.
  2. H. Loutrari et coll., Mepolizumab-induced changes in patients with nasal polyps and comorbid asthma: preliminary results on airway microbiome and transcriptome, Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025.
  3. M. Al-Ahmad et coll. Effectiveness of mepolizumab in patients with severe asthma with high immunoglobulin E (IgE) or chronic rhinosinusitis with nasal polyps (CRSwNP): A post-hoc analysis of NEST, Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025
  4. B. Lipworth et coll. Tezepelumab reduces inflammatory biomarkers in adults with severe chronic rhinosinusitis with nasal polyps with and without comorbid asthma: results from the phase 3 WAYPOINT study, Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025
The ERS Congress
Tezepelumab in Adults with Severe Chronic Rhinosinusitis with Nasal Polyps

Patrice Pinguet - Belangenconflicten: geen • MediQuality