Behandeling van diabetes. Nieuwe tendensen
De laatste jaren zijn er meerdere technologische innovaties en nieuwe antidiabetica ontwikkeld zoals glucosesensoren, insulinepompen, SGLT2-remmers, GLP-1-receptoragonisten en GIP-en-GLP-1-receptoragonisten. Er zijn nieuwe richtlijnen gepubliceerd voor een betere behandeling van type 1-diabetes en om de epidemie van type 2-diabetes in te dijken. Enkele reflecties van prof. Laurent Crenier (HUB Erasmusziekenhuis), voorzitter van de Belgian Endocrine Society bij het afsluiten van de sessies over diabetes op het 35e congres, dat op 9 en 10 oktober heeft plaatsgevonden in Terhulpen.
Als een diabetespatiënt in het ziekenhuis wordt opgenomen
Prof. Crenier: "We weten dat de glycemiecontrole bij diabetespatiënten die om een andere reden in een ziekenhuis worden opgenomen dan hun diabetes, niet altijd zo eenvoudig is. Die patiënten bevinden zich vaak in een klinische situatie die kan uitmonden in een ontregeling van de glycemiecontrole en sterke schommelingen van de glycemie. Patiënten die zich thuis zelf behandelen, zijn daar soms niet meer toe in staat in het ziekenhuis, en in het ziekenhuis hebben we geen toegang tot technologieën, waarover we wel ambulant beschikken. Ook is het personeel daar niet voor opgeleid. Maar gelukkig komt er schot in de zaak. We zorgen ervoor dat de patiënten die continue glucosemonitoring toepassen en/of een insulinepomp gebruiken, hun zelfmanagement kunnen voortzetten en autonoom kunnen blijven. Tot voor kort werkten we echter in grijze zones. Maar nu beschikken we over richtlijnen ad hoc en zijn de technologieën door de FDA erkend. Wat toch erg belangrijk is."
Nieuwe antidiabetica
"De invoering van nieuwe farmacotherapeutische categorieën in het ziekenhuis is ook erg belangrijk. Een groot voordeel van gliptines, gliflozines en GLP-1-receptoragonisten is dat ze geen hypoglycemie veroorzaken. Er zijn zeer weinig contra-indicaties voor. Bij de overgrote meerderheid van de type 2-diabetespatiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, hoeven ze niet te worden stopgezet. Ook werken we veel samen met de cardiologen, die die geneesmiddelen bijvoorbeeld ook voorschrijven bij hartfalen. Maar opnieuw, er is nood aan opleiding. Niet iedereen kan met die geneesmiddelen werken, ook al omdat we nu al zoveel geneesmiddelen kunnen voorschrijven en omdat er geen 3 maanden voorbijgaan zonder publicatie van de resultaten van een nieuwe studie."
Beslisbomen voor insulinetherapie
"We hebben algoritmes nodig voor de behandeling van diabetes ten behoeve van de verpleegkundigen. Die algoritmes bestaan, maar houden niet altijd rekening met de kenmerken van de patiënt, insulineresistentie en een andere voeding. Ze zijn zeer effectief bij patiënten die op een intensive care worden opgenomen en insuline iv krijgen, maar je kan die veel moeilijker toepassen bij patiënten op geneeskunde of orthopedie die met insuline sc worden behandeld. Nu beschikken we over richtlijnen op papier met algoritmes van artificiële intelligentie voor "intelligente" insulinepompen om de doses beter te kunnen aanpassen. Dat is welkom, zeker naarmate nieuwe technologieën in het ziekenhuis worden ingevoerd. Zeer vaak houdt dat een continue glucosemonitoring in.
Over de perceptie van obesitas ...
Prof. Crenier: "We moeten het idee aanvaarden dat obesitas een chronische ziekte is net zoals hypertensie, hypercholesterolemie en diabetes en dat we obesitas moeten en kunnen behandelen met geneesmiddelen die niet alleen het lichaamsgewicht doen dalen, maar ook de obesitasgerelateerde morbiditeit en mortaliteit.
De lichaamssamenstelling wordt alsmaar belangrijk in de klinische praktijkvoering. In de toekomst zullen we niet meer alleen de BMI berekenen, maar zullen we ook rekening houden met de totale hoeveelheid vetweefsel en de middelomtrek, een graadmeter van visceraal vet. In een studie was 36% van de deelnemers zwaarlijvig volgens de BMI, maar was de prevalentie tweemaal hoger als obesitas werd beoordeeld naar de totale percentuele hoeveelheid vet in het lichaam.