Acuut coronair syndroom en kanker: een moeilijke diagnose, een gecompliceerde behandeling
De behandeling van een acuut coronair syndroom bij kankerpatiënten is een hele uitdaging. De presentatie is atypisch, het risico verschilt naargelang van het type tumor en de chemotherapie bemoeilijkt de behandeling. De cardiovasculaire sterfte op korte en middellange termijn is hoger dan bij patiënten zonder kanker. Een overzicht van dat punt met prof. Sofie Gevaert (UZ Gent).
Prof. Dr. Sofie Gevaert, cardiologue (UZ Gent)
Volgens een Amerikaans register (6 503 255 patiënten) stijgt het aantal kankerpatiënten met een acuut coronair syndroom. Uit dat register blijkt ook dat een actieve kanker het risico op een acuut coronair syndroom verhoogt (Bharadway et al. EHJ 2019). Een acuut coronair syndroom kan worden uitgelokt door een ruptuur van een atheroomplaat (checkpointremmers, VEGF-1-antagonisten), een vasospasme (5-FU, taxanen, cyclofosfamide), coronaire trombose ( platinaverbindingen, ponatinib, nilotinib ...), vasculitis (recentelijk beschreven met checkpointremmers), een tumor van het hart met embolisatie of compressie van een kransslagader door de tumor. Vasospasmen zijn in principe reversibel, maar er is discussie over de vraag of die patiënten al dan niet opnieuw 5-FU mogen krijgen. 5-FU wordt bij voorkeur als een bolus toegediend onder strikte monitoring en het best wordt 72 uur voordien een behandeling gestart met nitraten, acetylsalicylzuur en een calciumantagonist die de hartfrequentie verlaagt. Een actieve kanker zal invloed hebben op de prognose van een acuut coronair syndroom. De ziekenhuissterfte bedraagt 11,1% vs. 5,7% bij patiënten zonder kanker. Het bloedingsrisico bedraagt 18,4% vs. 8,8% en het risico op MACE 13,3% vs. 7,7%. De eenjaarssterfte is nagenoeg driemaal hoger bij kankerpatiënten.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen