Dossiers  >   Multiple sclerose  >  Teken van de centrale ader en medische beeldvorming van het netvlies en de nervus opticus om verkeerde diagnoses van multiple sclerose te vermijden

Teken van de centrale ader en medische beeldvorming van het netvlies en de nervus opticus om verkeerde diagnoses van multiple sclerose te vermijden

In 2019 bestudeerden Marva Kaisay et al. verkeerde diagnoses van multiple sclerose bij patiënten in een gespecialiseerde MS-kliniek en dit na een MRI-onderzoek (1). De studie omvatte in totaal 241 patiënten die een behandeling met immuunmodulatoren hadden ondergaan, echter zonder grote resultaten. Deze groep van geneesmiddelen verhoogt het risico van progressieve multifocale leuke-encefalopathie, een ernstige aandoening van de witte stof die verband houdt met een virale infectie. Bijna 18% van deze 241 patiënten beantwoordde niet aan de diagnostische criteria van multiple sclerose (herziene diagnostische criteria van McDonald 2010). Er was een verband tussen diagnostische fouten en ongewone klinische syndromen of atypische resultaten van medische beeldvorming. De diagnoses die het vaakst naar boven kwamen na analyse van 43 patiëntendossiers waren migraine (16%), geïsoleerde radiologische syndromen (aandoening waarbij de patiënten geen symptomen van multiple sclerose vertonen hoewel hun medische beeldvorming gelijkt op die van patiënten met deze aandoening), spondylartritis en neuropathieën. In totaal werkte het team 27 oorzaken van diagnostische fouten in detail uit.

Voortbouwend op dit voorbereidende werk wilde het team nieuwe diagnostische criteria voorstellen voor medische beeldvorming, maar dan specifieker voor multiple sclerose. Ze analyseerden het belang van het zoeken naar een teken van de centrale ader. De detectie van een ader in het centrum van MS-hypersignale laesies lijkt een gevoelig en specifiek teken te zijn dat kan helpen bij de diagnose van multiple sclerose. In 2018 voerden Pietro Maggi et al. (2) een multicentrische analyse uit die 52 patiënten met multiple sclerose vergeleek met 31 patiënten met een inflammatoire vasculaire aandoening van het centrale zenuwstelsel: lupus (n = 9), ziekte van Behçet (n = 10), Sjögren-syndroom (n = 2) en het antifosfolipidensyndroom (n = 7). Resultaat: het aantal periveniculaire laesies bedroeg 88% bij MS-patiënten versus 14% bij patiënten zonder deze aandoening. Bij de drempel van 50% was er een perfect onderscheid tussen de patiënten met multiple sclerose en anderen (sensibiliteit en specificiteit van 100%).

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen