Pleidooi voor (meer) geïntegreerde zorgmodellen voor voorkamerfibrillatie
“Kosten voor intramurale zorg zijn over het algemeen de grootste kostenposten bij voorkamerfibrillatie, terwijl farmaceutische kosten eerder een beperkt deel van de directe medische kosten vertegenwoordigen. Comorbiditeiten en complicaties van voorkamerfibrillatie, zoals een beroerte, verhogen de gemiddelde jaarlijkse directe medische kosten van voorkamerfibrillatie aanzienlijk. Beroerte en hartfalen maken een behoorlijk deel uit van de totale kosten. Daarom is het implementeren van richtlijnen om comorbiditeiten bij voorkamerfibrillatie onder controle te houden een noodzakelijke stap om de gezondheid te verbeteren en de kosten van gezondheidszorg te beperken.”
Zo luidt althans de letterlijke conclusie van deze Belgisch-Italiaanse studie naar de gezondheidseconomische impact van voorkamerfibrillatie. Dit is de meest voorkomende hartritmestoornis en de incidentie neemt toe met de leeftijd, met een hoger risico na de leeftijd van 50 jaar bij mannen en 60 jaar bij vrouwen. In 2026 zouden 18 miljoen personen in Europa hiermee kampen en 12 miljoen in de Verenigde Staten. Er is heel wat te doen over de screening naar voorkamerfibrillatie, een aandoening die vaak per toeval wordt ontdekt of pas na een beroerte. Systematische diagnose is een uitdaging. Daarom zijn - op dit ogenblik - alle ogen gericht op richtlijnen voor een betere zorg van patiënten met voorkamerfibrillatie. De gezondheidskosten zijn ofwel direct (consultaties, hospitalisaties, medicatie, …), ofwel indirect (verlies aan productiviteit, bijwerkingen, vroegtijdig overlijden).
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen