Dossiers  >   Borstkanker  >  Perioperatieve immunotherapie: een gamechanger bij een plaatselijke drievoudig negatieve borstkanker

Perioperatieve immunotherapie: een gamechanger bij een plaatselijke drievoudig negatieve borstkanker

Toevoeging van een neoadjuvante en adjuvante immunotherapie aan een neoadjuvante chemotherapie verbetert de totale overleving bij vrouwen met een drievoudig negatieve borstkanker in een vroeg stadium significant, te oordelen naar de resultaten van de KEYNOTE-522-studie, die op het congres van de European Society for Medical Oncology (ESMO) zijn gepresenteerd en die zijn gepubliceerd in de NEJM.

KEYNOTE-522 is uitgevoerd bij 1174 patiënten bij wie pas een diagnose van drievoudig negatieve borstkanker in een vroeg stadium (T1c N1-2 of T2-4 N0-2) was gesteld en die dus nog geen behandeling hadden gekregen. De patiënten werden in een 2-1-verhouding gerandomiseerd naar een neoadjuvante chemotherapie (carboplatine + paclitaxel en daarna doxorubicine/epirubicine + cyclofosfamide) in combinatie met pembrolizumab 200 mg (vier cycli) perioperatief of enkel een neoadjuvante chemotherapie. Na de definitieve chirurgie hebben de patiënten een adjuvante behandeling met pembrolizumab (‘pembrolizumab-chemotherapie'-groep) of een placebo (‘placebo-chemotherapie'-groep) gekregen om de 3 weken gedurende hoogstens negen cycli. De primaire eindpunten waren het percentage complete pathologische respons en de evenementvrije overleving. De totale overleving was een secundair eindpunt.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen