Dossiers  >   Atopische dermatitis  >  Lichte tot matig ernstige atopische dermatitis: inwerken op de cutane microbiota

Lichte tot matig ernstige atopische dermatitis: inwerken op de cutane microbiota

Een Belgische preklinische studie uitgevoerd bij patiënten met een weinig ernstige atopische dermatitis belicht de diversiteit van de cutane microbiota, iets wat nog niet was gedaan. S. aureus blijkt niet de enige oorzaak te zijn zoals bij een ernstige atopische dermatitis. Een mogelijk therapeutisch spoor, dat echter nog moet worden uitgewerkt.

De pathofysiologie van atopische dermatitis is zeer complex en heeft te maken met genetische, immunologische en omgevingsfactoren. Vorsers voeren dan ook onderzoek uit in al die domeinen. Zo wordt o.a. onderzoek verricht naar eiwitten die belangrijk zijn voor de integriteit van de huidbarrière zoals filaggrine, receptoren die meespelen in de immunologische mechanismen (receptoren voor IL-4, IL-18 en IL-31) en ontstekingseiwitten (IL-4 en IL-13 geproduceerd door Th2-lymfocyten en interferon-gamma geproduceerd door Th1-lymfocyten). Ook de cutane microbiota blijkt belangrijke invloed te hebben bij het ontstaan van atopische dermatitis. We weten nu dat S. aureus een belangrijke pathogeen is bij een ernstige atopische dermatitis. Maar dat is niet zo bij een lichte tot matig ernstige atopische dermatitis (tot 60% van de patiënten met een atopische dermatitis heeft een lichte tot matig ernstige vorm).

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen