Behandeling van diabetes als de patiënt wordt opgenomen. Welk beleid? Welke technologie?
Een diabetespatiënt die in het ziekenhuis wordt opgenomen om een andere reden dan zijn diabetes, plaatst ons voor twee grote uitdagingen: de continuïteit van de zorg verzekeren en behandeling van een diabetes, die bij toeval wordt gediagnosticeerd (bij 30% van de patiënten). Controle van de glycemie is sowieso van primordiaal belang. Hyperglycemie kan immers de ziekenhuissterfte verhogen. Een samenvatting van de presentatie van prof. Julia Mader (Oostenrijk).
Een grote enquête uitgevoerd in Oostenrijk is tot de verrassende conclusie gekomen dat 27,7% van de patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, diabetes heeft en 23,7% een prediabetes, maar waarvan de diagnose niet altijd is gesteld. Dat betekent dat de helft van de patiënten die in een ziekenhuis worden opgenomen, dreigt lang in het ziekenhuis te verblijven en complicaties te ontwikkelen. Het zijn vooral patiënten ouder dan 60 jaar: 56% in de leeftijdsgroep van 60-69 jaar, 62% in de leeftijdsgroep van 70-79 jaar en zelfs 38% bij 90-plussers. Al die patiënten lopen allerhande risico's: hartproblemen, infectie, nierproblemen …, maar vooral hyperglycemie. Hyperglycemie is frequent en correleert met een hogere ziekenhuissterfte.

Diagnostische categorieën van de primaire diagnoses bij 3025 consecutieve patiënten die in het ziekenhuis werden opgenomen in drie medische departementen in Opper-Oostenrijk.
Vooral eminence based management …
Prof. Mader: "Het is vaak moeilijk de glycemie te controleren en dat heeft te maken met de toestand van de patiënt (stress, verandering van eetgewoonte …), zijn ziekte (nieuwe geneesmiddelen) en problemen bij het vinden van een arts die ervaring heeft met het controleren van de glycemie." Het gevolg daarvan is dat bijna 30% van de diabetespatiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, slachtoffer wordt van therapeutische fouten. Wat is de oplossing? Volgens prof; Mader "moet je bij opname een procedure starten met meting van de glycemie 4 x/d, het HbA1c-gehalte, het C-peptidegehalte en opsporing van autoantistoffen. In de literatuur is weinig terug te vinden over diabetespatiënten die in een ziekenhuis worden opgenomen. De praktijk is dan ook veeleer gebaseerd op "eminentie" dan op evidentie.
Welke technologieën invoeren in het ziekenhuis?
CDS (Clinical Decision Support), CGM (Continuous Glucose Monitoring) en AID-systemen (Automated Insulin Delivery) hebben voor- en nadelen. In haar richtlijnen van 20251 raadt de ADA de ziekenhuizen aan geijkte, door de FDA goedgekeurde systemen te gebruiken. Continue glucosemonitoring en een insulinepomp moeten tijdens het ziekenhuisverblijf worden voortgezet als de patiënt en de staf de techniek beheersen en als die klinisch geïndiceerd is. Ook moet regelmatig de glycemie worden gemeten. In een enquête uitgevoerd in kinderziekenhuizen werd continue glucosemonitoring toegepast in 17 van de 31 ziekenhuizen en beschikten 13 van de 17 ziekenhuizen over schriftelijke procedures. In een enquête uitgevoerd in de USA maakte 91% gebruik van continue glucosemonitoring; 87% gebruikte een manuele insulinepomp en 79% een AID-systeem. Bij de meeste patiënten wordt aanbevolen te streven naar een glycemie van 140-180 mg/dl. Bij patiënten in een kritiek stadium na chirurgie zou je moeten streven naar een glycemie van 100-140 mg/dl. Een glycemie van180-250 mg/dl is aanvaardbaar in geval van ernstige comorbiditeit. Bij behandeling met insuline wordt bij voorkeur een basaal bolusschema voorgeschreven met een basale insuline, injecties van een kort-/snelwerkende insuline voor de maaltijden en aanpassing van de insulinedoses volgens de glycemie. De doelstelling is: via CDS komen tot een preprandiale glycemie van 90-154 mg/dl. Het gebruik van andere antidiabetica (SGLT2-remmers, GLP-1-receptoragonisten, sulfonylureumderivaten, metformine enz.) wordt beschreven in de richtlijnen.
De boodschappen
- De behandeling van diabetes bij ziekenhuispatiënten is prognostisch belangrijk.
- De frequentie van meting van de glycemie hangt af van de behandeling en is hoger bij toediening van insuline.
- Bij de meeste patiënten zou je moeten streven naar een glycemie van 140-180 mg/dl.
- In het ziekenhuis wordt een behandeling met insuline aanbevolen.
- Continue glucosemonitoring en insulinepompen mogen onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt.
- Insuline mag nooit worden stopgezet bij type 1-diabetes of insulinetekort.
Bron:
- ADA Committee. Diabetes Care in the Hospital: Standards of Care in Diabetes—2025. Diabetes Care 2025; 48 (Supplement_1): S321–S334. https://doi.org/10.2337/dc25-S016