axSpA: zeer vroeg een TNF-alfa-antagonist voorschrijven? Ja, maar neen, maar ja …
Behandeling van patiënten met een axSpA sinds minder dan een jaar verbetert de klinische prognose op korte termijn niet. Wat het effect is op langere termijn, zal nog moeten worden uitgespit.
Er is nog altijd discussie over de vraag of er een "opportuniteitsvenster" bestaat wat de behandeling van axiale spondyloartritis (axSpA) betreft. Bij reumatoïde artritis is dat zeker het geval. Mauro Bachmann et coll. (Zurich, Zwitserland) hebben het effect van een vroeg starten van een TNF-alfa-antagonist (binnen een jaar na het begin van de lage rugpijn) op het ziekteverloop geëvalueerd.
Ze hebben hun analyse uitgevoerd bij 441 patiënten uit een Zwitserse gegevensbank van 3324 patiënten met een axiale spondyloartritis (axSpA) (218 patiënten met symptomen sinds 1-2 jaar en 2575 die al langer dan 2 jaar ziek waren). Bij respectievelijk 31%, 38% en 36% van de patiënten was een eerste TNF-alfa-antagonist gestart in een zeer vroeg stadium, een vroeg stadium en een stadium van bewezen axSpA.
De auteurs hebben de respons op behandeling met een eerste TNF-alfa-antagonist, de ziekteactiviteit na een jaar en de retentie van de behandeling geanalyseerd. Als je de analyse beperkt tot een follow-up van één jaar, kan je echter geen uitspraak doen over de evolutie van de structurele afwijkingen en de invaliditeit op lange termijn. Dat zijn nochtans twee belangrijke determinanten van axSpA.
Doeltreffend, maar niet doeltreffender
Patiënten in een zeer vroeg ziektestadium en HLA-B27-positieve patiënten vertoonden vaker objectieve tekenen van ontsteking (hoog CRP-gehalte, positieve MRI). Het percentage patiënten waarbij de ASDAS daalde tot < 2,1, dus een weinig actieve ziekte, was vergelijkbaar in de groep waarin de behandeling in een zeer vroeg stadium was gestart, en de groep waarin de behandeling pas werd gestart nadat de diagnose bewezen was. Dat verschil bleef overeind na correctie voor de leeftijd, het geslacht, de HLA-B27-status, het scholingsniveau, de body mass index, het rookgedrag, de ASDAS en ontstekingsverschijnselen van de sacro-iliacale gewrichten bij MRI (OR 1,08, 95% BI: 0,70-1,68, niet significant).
Er is evenmin een significant verschil in de retentie van de TNF-alfa-antagonist vastgesteld tussen de groep waarin de behandeling in een zeer vroeg stadium was gestart, en de groep waarin de behandeling pas werd gestart nadat de diagnose bewezen was (HR van stopzetting van de behandeling: 1,05, 95% BI: 0,84-1,31).
Een behandeling met een TNF-alfa-antagonist is dus effectief, maar is niet effectiever als de behandeling in een zeer vroeg stadium wordt gestart. Maar in die studie was de behandeling slechts bij 441 patiënten in een zeer vroeg stadium gestart, en werd het begin van de ziekte gedefinieerd als de dag waarop de patiënten lage rugpijn zijn beginnen te krijgen. Die informatie is misschien niet altijd even nauwkeurig. De beslissing tot toediening van een TNF-alfa-antagonist werd bovendien enkel en alleen genomen door de verwijzende arts. Het zou dus kunnen dat het ging om patiënten met bijzonder veel symptomen en dat het profiel verschilde volgens de groep. Bovendien zijn de vorsers uitgegaan van een klinische score zonder meting van de radiografische progressie, de invaliditeit en de levenskwaliteit op lange termijn. In het licht van een eventueel "opportuniteitsvenster" moet je daar echter rekening mee houden om irreversibele schade te voorkomen. Uiteindelijk is de studie dus vrij frustrerend.
Bron:
Bachmann M, Gotschi A, Steimer A et coll. Effectiveness of TNF inhibitors in patients with very early axial spondyloarthritis, defined as duration of ≤1 year of back pain: longitudinal observational data from the SCQM registry. RMD Open. 2026 Mar 5;12(1):e006647. doi: 10.1136/rmdopen-2025-006647