Actualités  >  De ideale kandidaat voor de Orde der Artsen (Dr. Van Renterghem)

Cette page contient un article indisponible dans votre langue


De ideale kandidaat voor de Orde der Artsen (Dr. Van Renterghem)

Opinion

BRUSSEL 20/01 - Dr. Arne Van Renterghem blikt terug op zijn twee termijnen als lid van de Orde der Artsen. “Als ervaring doet het mij terugdenken aan mijn legertijd: als jonge snaak keek ik met veel argwaan naar die oorlogszuchtige ijzervreters in het leger.”

Vijf jaar geleden was ik kandidaat voor de Provinciale Raad van de Orde der Artsen. Mijn twee termijnen (6 jaar) zijn ondertussen bijna afgelopen en begin januari zullen nieuwe kandidaten aantreden met fris enthousiasme en vol met ideeën om de Orde te verbeteren. Eén ding kan ik hen al voorspellen: als je nooit in de Orde hebt gezeten kan je eigenlijk niet weten hoe die in elkaar zit. Als ervaring doet het mij terugdenken aan mijn legertijd: als jonge snaak keek ik met veel argwaan naar die oorlogszuchtige ijzervreters in het leger. Na 9 maanden op zee gezeten te hebben tussen 160 van die "agressieve patsers" durf ik zeggen: veel rambo's ben ik daar niet tegengekomen. Integendeel. Ik ben nog steeds niet militaristisch maar het simplistische idee dat mensen in het leger gaan om te vechten heb ik wel achter mij gelaten.

Sommigen onder de lezers zijn, net als ik trouwens, ooit moeten verschijnen voor de Raad en zijn geïntimideerd geweest door die 15-koppige streng kijkende bende en hebben misschien met gevoelens van onmacht en onrechtvaardigheid de raadszaal verlaten om nadien een week te wachten op het "Oordeel van de Raad". Dat is zo één van die ervaringen die je bij blijven.

Het zijn 5 bijzonder boeiende jaren geweest en ik durf te zeggen dat dit mandaat, voor mij, een grote meerwaarde is voor mijn dagdagelijkse huisartsenpraktijk. De context waarin ik als arts werk wordt rijker en ruimer door de ervaring met de vele vragen, zorgen van en ja, zelfs de klachten van en over de collega's. Er gaat letterlijk een wereld open met een veel ruimer kleurenpalet. Dezelfde genuanceerdheid die we als arts aan de dag moeten leggen in de dagdagelijkse praktijk hebben we nodig om te kunnen, willen, durven oordelen over de problemen waarin collega's, jong en oud, soms terecht komen. Soms ben je verontwaardigd op, soms beschaamd in plaats van, soms benauwd voor het welbevinden en de toekomst van de collega op de stoel.

Als kersvers raadslid kom je terecht in een redelijk formeel en strak georganiseerd kader van rechtspraak en geplogenheden. Dat voelt in het begin intimiderend aan en je moet jezelf dit wat eigen maken. Die formele structuur voorkomt echter willekeur, ons-kent-ons, amateurisme, tijdsverlies met trivialiteiten en dwingt respect af voor (en niet van!) de collega in het beklaagdenbankje. Er is geen plaats voor een goedbedoeld en vermanend vingertje in zo een raadszitting.

Ik heb het geluk gehad van ook de werking van het bureau van de Provinciale Raad én occasioneel de werking van de Nationale Raad te hebben kunnen meevolgen. Daardoor heb ik een blik kunnen werpen op de interne werking van de Orde. Wat er zich afspeelt naast en achter de raadszaal. Waar de Orde vorm en richting krijgt.

Van buitenaf lijkt de Orde voor sommigen misschien nog steeds een immobiele en verouderde organisatie. Schijn bedriegt ook hier echter. Er is een enorme dynamiek naar vernieuwing en verandering waarbij een evenwicht gezocht en gevonden wordt tussen een gerechtvaardigde behoudsgezindheid en de zorg voor de toekomst, de incorporatie van de kritiek van de collega's, de politiek en het publiek, de nieuwe positie van de patiënt, de zorgen en de toekomst van de jonge startende collega's. De nieuwe code is daar een mooi bewijs van. De moderniteit die daarin aan de dag is gelegd zal in de nabije toekomst ook zichtbaar worden in de dagdagelijkse werking.

Maar wat is nu, na deze bloemlezing, voor mij de ideale kandidaat raadslid voor de Provinciale Raad van de Orde?

De ideale kandidaat is jong, maar niet te jong. Enige jaren ervaring (minimum een tiental?) en de bijbehorende nuancering-door-ervaring is goed. Oordelen over een ander lijkt gemakkelijk en straight forward. Ervaring leert je al gauw dat niemand onfeilbaar is en er heel veel grijs bestaat en slechts weinig zwartwit.

Bovendien moet je je mening durven uiten. In zo een vergadering zetelen, nog steeds, oudere artsen met veel ervaring en zelfzekerheid. Zij weten niet meer dan jijzelf, het gaat immers over deontologie, maar dat belet niet dat het woord nemen in zo een vergadering beangstigend kan zijn. Maar ik heb verschillende malen mogen ervaren dat de goed gefundeerde en gearticuleerde mening van één raadslid een stemming kan veranderen. Je mening telt absoluut, zelfs als die tegengesteld is aan de andere, maar je moet ze natuurlijk wel uiten.

Vrouwelijk. De Orde is nog steeds een mannenbastion. Dat moet veranderen. De ruime meerderheid van de startende artsen is vrouwelijk. De Orde moet een afspiegeling zijn van die verdeling. Jonge vrouwelijke kandidaten gaan dit proces zeker kunnen versnellen.

Huisarts. 90-95% van de gezondheidszorg problemen worden opgelost en opgevangen door huisartsen. De huisartsen zijn , na de controle-artsen en de psychiaters, de derde meest aangeklaagde type arts. Het is ook de specialiteit die het vaakst voor de Raad moet verschijnen. Ziekenhuizen hebben steeds beter werkende en pro-actieve ombudsdiensten. Huisartsen niet. Er is een veel langere en intensere band tussen de patiënt en de huisarts en de vertrouwensbreuken zijn dan ook vaak fundamenteler of intenser. De continuïteit van zorg nog belangrijker. Diezelfde vertrouwensband betekent ook dat er meer druk gezet wordt op de huisarts om allerlei attesten te schrijven met heel veel (en steeds meer?) klachten tot gevolg. Tenslotte is 50% van de huisarts nog steeds solist zonder de mogelijkheid om een collega om raad te vragen of getemperd en bijgestuurd te worden.

Tijd. Gemiddeld is er één Raadszitting per maand, maar de persoonlijke voorbereiding van een raadszitting duurt minstens even lang. Het is onaanvaardbaar van een oordeel uit te spreken over een collega en het dossier niet grondig gelezen te hebben. Je moet de tijd willen én kunnen nemen. Daarmee samenhangend is het mijns inziens niet zo een goed idee van in nog 5 andere commissies te zitten. Het zijn niet de belangen van een groep die je in de raadszaal gaat verdedigen. Je zit daar als jezelf met enkel je eigen ethiek en deontologie als raadgever en je oordeelt in eer en geweten of er in het dossier dat voor jou ligt door een collega een deontologische fout is gemaakt of niet. Nadien kan je via de eventuele strafmaat over de mogelijke verzachtende omstandigheden oordelen. Het is jouw mening en oordeel die telt.

Wat krijg je terug voor zo een engagement? Een bijzonder diep en uitgebreid inzicht in het effectief functioneren van onze gezondheidszorg op het persoonsniveau: het gaat over dokters en over patiënten. Je beleving van je beroep wordt dieper en intenser.

Mijn ervaring is vooral gebaseerd op de werking van de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen maar ik heb geen enkele reden om te denken dat het er in de andere provincies niet even correct aan toe gaat.

De stap die ik 5 jaar geleden zette was goed, interessant, verrijkend. Ik raad het elke collega aan. Zeker de jonge, vrouwelijke huisartsen. Veel heb je niet nodig: 10 handtekeningen van collega artsen uit hetzelfde kiesdistrict die jou steunen en geen deontologische veroordeling strenger dan waarschuwing. Een absolute aanrader!

MediQuality offre à ses membres la possibilité de s'exprimer concernant des sujets médicaux et/ou d'actualité. Ces opinions reflètent l'avis personnel de leur(s) auteur(s) et n'engagent qu'eux.

Dr. Van Renterghem • MediQuality

Inscrivez-vous gratuitement

Afin d'accéder à l'info médicale nationale et internationale sur tous vos écrans.