Naar een kortere lijst met DSM-5-criteria voor seksuele disfunctie?
De kritiek op de DSM-5-criteria om te bepalen of er nu wel dan niet sprake is van seksuele disfunctie draait vooral rond het feit dat de voorwaarden rond duur en frequentie de toegang tot zorg bemoeilijken. Volgens de auteurs van deze studie volstaat het om seksuele disfunctie te overwegen in de groep van 45- tot 74-jarigen als er sprake is van iets anders dan een gezondheids- of relationeel probleem, waarbij men kijkt naar factoren zoals de ervaren kwaliteit van seksuele betrekkingen, ongemak tijdens seks en vermijdingsgedrag. En een (nieuwe) kortere lijst met criteria - als startpunt - zou volgens de auteurs ook wel eens nuttig kunnen zijn.
Met welke maatregelen kan men het seksuele welzijn een duwtje in de rug geven? Geen evidentie, want de categorieën van seksuele disfuncties zijn verschillend tussen de International Classification of Diseases (ICD) en het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). DSM-5 bevat specifieke criteria voor het stellen van de diagnose van seksuele disfuncties, maar hierdoor zou de prevalentie "aanzienlijk" lager uitvallen dan cijfers die uit andere studies naar voren komen. Bedoeling van deze studie was om de frequentie van seksuele disfuncties volgens de DSM-criteria te onderzoeken en om op zoek te gaan naar factoren die in verband kunnen worden gebracht met deze diagnoses, in het bijzonder in de bevolkingsgroep van 45 tot 74 jaar.
Vous désirez lire la suite de cet article ?
Inscrivez-vous