Congres  >   SFD 2025  >  Zwangerschapsdiabetes: een plaats voor acarbose in plaats van prandiale insuline

Zwangerschapsdiabetes: een plaats voor acarbose in plaats van prandiale insuline

Acarbose zou een veilig alternatief zijn voor insuline bij de maaltijden (niet voor de basale insuline) bij vrouwen met zwangerschapsdiabetes die insuline moeten krijgen, volgens de eerste resultaten van een studie die is gepresenteerd op het congres 2025 van de Société francophone du diabète (SFD).

Insuline is niet de enige mogelijke behandeling voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes. We schrijven ook glyburide en glibenclamide, die de glykemie sterk doen dalen, voor en metformine, dat geen schadelijke invloed heeft op de zwangerschap, maar minder effectief is. Andere veiligere en effectieve alternatieven zouden dus welgekomen zijn. Acarbose is een perorale α-glucosidaseremmer, die de glykemie na de maaltijden verlaagt via een effect op de darmen. Acarbose wordt bovendien niet opgenomen in het bloed en zal dus niet door de placenta gaan.

De ACARB-GDM-studie heeft de waarde van acarbose onderzocht in 17 Franse centra bij 341 zwangere vrouwen (12-34 weken amenorroe, gemiddeld 18 weken) met zwangerschapsdiabetes met een indicatie voor prandiale insuline. De vrouwen werden gerandomiseerd naar acarbose (met stapsgewijze verhoging van de dosering om gastro-intestinale bijwerkingen te voorkomen) of meteen prandiale insuline. De vrouwen van de acarbosegroep mochten overschakelen op prandiale insuline als acarbose ineffectief was of niet werd verdragen. Bij inclusie in de studie kreeg een derde van de patiënten een basale insuline. Tijdens de studie is bij circa 15% van de vrouwen een basale insuline gestart boven op de hun toegewezen behandeling.

Angst van de ouders

Het was de bedoeling 1780 vrouwen te rekruteren opdat de studie statistisch krachtig genoeg zou zijn om non-inferioriteit van acarbose ten opzichte van prandiale insuline aan te tonen. Maar de rekrutering is niet van een leien dakje verlopen wegens weigering van de ouders omdat ze bang waren voor schadelijke effecten op het kind. Er zijn dan ook onvoldoende patiënten gerekruteerd om de non-inferioriteit van acarbose ten opzichte van prandiale insuline aan te tonen. Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van een baby met een hoog geboortegewicht voor de zwangerschapsleeftijd, neonatale hypoglykemie, dystocie van de schouders en verloskundig trauma. De studie was dus niet statistisch krachtig genoeg. Na meerdere imputaties en correctie voor een behandeling met een basale insuline bij inclusie en de centra was het risico maar 0,6% kleiner in de acarbosegroep (95% BI: 8,1-9,3%, p voor non-inferioriteit = 0,21).

Het aantal vrouwen waarbij een van de items van het samengesteld eindpunt is opgetreden, was nochtans hetzelfde in de twee groepen: 18,8% in de acarbosegroep en 18,5% in de controlegroep (prandiale insuline). Bij 29,7% van de vrouwen van de acarbosegroep diende een prandiale insuline te worden gestart wegens intolerantie of onvoldoende werkzaamheid. Het HbA1c-gehalte was iets beter bij de vrouwen van de acarbosegroep dan in de controlegroep: 5,37% versus 5,51%. Het aantal bijwerkingen was vergelijkbaar in de twee groepen.

Wel zijn enkele verschillen wat de secundaire eindpunten betreft, genoteerd. Het aantal ziekenhuisopnames was hoger in de acarbosegroep (12,6% versus 8%). Anderzijds was de incidentie van respiratoire distress duidelijk lager bij de baby's van de moeders die acarbose hadden gekregen (5,8% versus 12,3%), en ook de incidentie van opname op de neonatale intensive care was lager (2,6% vs. 8,6%).

In de ACARB-GDM-studie was de incidentie van complicaties van de zwangerschapsdiabetes vrij vergelijkbaar bij gebruik van acarbose of prandiale insuline om de postprandiale glykemie onder controle te houden. Tijdens de sessies voor het opstellen van de nieuwe Franse richtlijnen voor de behandeling van zwangerschapsdiabetes, die zullen plaatsvinden tussen 2025 en 2026, zal dus rekening moeten worden gehouden met die gegevens. De vorige richtlijnen dateren van 2009/2010 en moeten gezien de recente therapeutische ontwikkelingen worden bijgewerkt.

Bron:

Cosson E, Pinto S, Mankai A et coll. Acarbose vs. insuline prandiale en cas de diabète gestationnel : premiers résultats de l'étude ACARB-GDM. https://www.sfdiabete.org/abstract-mediatheque?mediaId=236754&channel=41666

Acarbose vs. insuline prandiale en cas de diabète gestationnel : premiers résultats de l'étude ACARB-GDM

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality