RSV-infectie: ook gezonde kinderen zijn kwetsbaar
Premature zuigelingen of kinderen met comorbiditeiten zijn niet de enigen die kwetsbaar zijn voor het respiratoir syncytieel virus (RSV). Ook ogenschijnlijk gezonde kinderen kunnen een ernstig verloop doormaken en vormen zelfs de meerderheid van de gevallen, zo blijkt uit een Zweedse studie in The Lancet Regional Health – Europe.
Elk jaar is RSV in Europa verantwoordelijk voor ongeveer 245.000 ziekenhuisopnames bij kinderen jonger dan vijf jaar, van wie het merendeel (75%) jonger dan één jaar is (1). Tot de komst in 2024 van nirsevimab (een monoklonaal antilichaam dat aan zuigelingen wordt toegediend) en van een RSV-vaccin aanbevolen tijdens de zwangerschap, berustte de preventie van dit virus uitsluitend op één monoklonaal antilichaam, palivizumab, enkel aanbevolen voor kinderen met een hoog risico op een ernstig verloop.
Tegen de gangbare opvatting in treffen ernstige RSV-infecties niet alleen kinderen die prematuur zijn geboren of lijden aan ernstige aandoeningen, zoals aangeboren hart- en longaandoeningen. In de studie van Giulia Dallagiacoma, epidemiologe aan het Karolinska-instituut in Stockholm (Zweden), en collega's bij bijna 2,4 miljoen in Zweden geboren zuigelingen (geboortejaren 2001–2022), had 56,8% van de zuigelingen jonger dan drie maanden die op de afdeling intensieve zorgen werden opgenomen of overleden ten gevolge van de infectie, geen onderliggende aandoening en waren zij "à terme" (voldragen) geboren (2).
In dit werk, een van de grootste tot op heden over RSV in de pediatrische populatie, bracht het Zweedse team alle factoren in kaart die geassocieerd zijn met een ernstig RSV-verloop (intensieve zorgopname, overlijden), bovenop de reeds bekende. Hun resultaten tonen in de volledige onderzochte populatie verschillende tot nog toe weinig beschreven elementen.
Onder die risicofactoren: geboren worden in de winter (hazardratio [HR] 2,96), laag gewicht voor de zwangerschapsduur (HR 3,91), afkomstig zijn uit een meerlingzwangerschap (HR 3,43), broers of zussen hebben jonger dan drie jaar (HR 2,92), of wanneer één van hen vóór de leeftijd van vier jaar in het ziekenhuis werd opgenomen wegens een infectie van de lagere luchtwegen (HR 2,40).
Volgens de onderzoekers kan het verhoogde risico bij een meerlinggeboorte deels samenhangen met het feit dat deze kinderen vaker prematuur of met een laag geboortegewicht ter wereld komen. De associatie bleef echter bestaan, zij het enigszins afgezwakt, na correctie voor deze factoren.
Wanneer de analyse werd beperkt tot enkel RSV-gevallen, en niet langer tot de volledige pediatrische populatie, verzwakten de meeste van deze factoren, in het bijzonder de demografische (aanwezigheid van broers en zussen, familiaal antecedent van infectie, enz.). Dit suggereert dat deze factoren in de eerste plaats het risico op een RSV-infectie bepalen, eerder dan de ernst van het ziekteverloop. Blijvend relevant waren daarentegen: klein voor de zwangerschapsduur, de aanwezigheid van comorbiditeiten en prematuriteit.
"Als het doel is het aantal ernstige gevallen te verminderen, volstaat het niet om alleen te steunen op de aanwezigheid van comorbiditeiten. Heel wat andere factoren (…) lijken met een verhoogde kwetsbaarheid samen te hangen," besluiten de auteurs. In België, zoals in andere Europese landen, wordt de bescherming van zuigelingen tegen RSV — hetzij via passieve immunisatie (nirsevimab), hetzij via vaccinatie tijdens de zwangerschap — aan alle zuigelingen aanbevolen. Zweden, het land waar deze studie werd uitgevoerd, publiceerde zijn aanbevelingen pas in april dit jaar, met toepassing vanaf het winterseizoen 2025–2026.
Bronnen:
- Burden of Respiratory Syncytial Virus in the European Union: estimation of RSV-associated hospitalizations in children under 5 years, del Riccio et al., J Infect Dis. 2023 Nov 28;228(11):1528-1538. doi: 10.1093/infdis/jiad188
- Risk factors for severe outcomes of respiratory syncytial virus infection in children: a nationwide cohort study in Sweden, Dallagiacoma et al., Lancet Reg Health Eur. 2025. doi: 10.1016/j.lanepe.2025.101447