Type 2-diabetes en hypertensie. Hangen de gunstige effecten van SGLT2-remmers af van de bloeddruk?
Een post-hocanalyse van de EMPEROR-Preserved-studie heeft de invloed van de bloeddruk op het effect van SGLT2-remmers in de preventie van cardiovasculaire complicaties onderzocht bij type 2-diabetespatiënten. Dat is belangrijk, wetende dat de bloeddruk over het algemeen onvoldoende onder controle is en al zeker bij diabetespatiënten.
Hypertensie blijft een groot probleem voor de volksgezondheid. Bij slechts de helft van de mensen met hypertensie is die diagnose gesteld, en de bloeddruk is niet bij alle behandelde patiënten onder controle. Bijna 60% van de patiënten met type 2-diabetes heeft een resistente hypertensie. Type 2-diabetespatiënten met een hart- en vaataandoening of een hoog CV risico worden behandeld met een SGLT2-remmer. SGLT2-remmers gaan immers CV accidenten en een verdere achteruitgang van de nierfunctie tegen. De vraag rijst nu of SGLT2-remmers misschien minder goed werken als de bloeddruk niet goed onder controle is.
Een post-hocanalyse volgens de SBD
De EMPEROR-Preserved-studie heeft het effect van een SGLT2-remmer, in casu empagliflozine 10 mg 1 x/d, op de incidentie van CV complicaties onderzocht bij 5988 patiënten met een symptomatisch hartfalen met gevrijwaarde LVEF (> 40%). 49% van de patiënten had type 2-diabetes en 50% had een eGFR < 60 ml/min/1,73 m². Voor die post-hocanalyse werden 5333 patiënten in 3 groepen ingedeeld volgens de systolische bloeddruk (SBD) bij inclusie in de studie (richtlijnen van de ESC en de ESH): 1) resistente hypertensie: SBD > 140 mmHg ondanks 3 antihypertensiva waaronder een diureticum (n = 1406), 2) ongecontroleerde hypertensie: SBD > 140 mmHg met minder dan 3 antihypertensiva (n = 581) en 3) gecontroleerde hypertensie: SBD 110-140 mmHg (n = 3.546). 57,8% van de type 2-diabetespatiënten vertoonde een resistente hypertensie en die werd vaker behandeld met een bètablokker dan een hypertensie die onder controle was (93,3% versus 80,7%).
Effect van empagliflozine
Tijdens de eerste weken verlaagde empagliflozine (EMPA) de SBD iets meer bij de patiënten met een resistente hypertensie dan in de andere 2 groepen, maar dat verschil hield niet aan op langere termijn. Die lichte daling van de SBD resulteerde in een daling van de incidentie van hypertensieve urgenties met 20-32%. Het aantal patiënten waarbij de bloeddruk daalde tot binnen de streefwaarden, was groter in de groep met resistente hypertensie en de groep met een ongecontroleerde hypertensie. EMPA had eenzelfde effect op het primaire eindpunt (CV accidenten) in de 3 groepen, maar verlaagde het aantal ziekenhuisopnames wegens hartfalen meer in de groep met resistente en de groep met een niet-gecontroleerde hypertensie dan in de groep met een gecontroleerde hypertensie. EMPA verlaagde de CV sterfte in de groep met een resistente hypertensie en de groep met een niet-gecontroleerde hypertensie (HR respectievelijk 0,86 en 0,81), maar niet in de groep met een gecontroleerde hypertensie (HR = 1,06). EMPA ging de achteruitgang van de nierfunctie te oordelen naar de snelheid van daling van de glomerulusfiltratiesnelheid tegen in vergelijking met de placebo, ongeacht het type hypertensie.

Snelheid van daling van de geraamde glomerulusfiltratiesnelheid bij patiënten met een resistente hypertensie, een ongecontroleerde hypertensie en een gecontroleerde hypertensie in de placebogroep (A) en in de empagliflozinegroep (B).
We onthouden vier boodschappen uit deze post-hocanalyse
- EMPA gedurende 4 weken verlaagt de SBD meer bij resistente dan bij niet-gecontroleerde en gecontroleerde hypertensie.
- EMPA verlaagt de incidentie van CV accidenten ongeacht het type hypertensie
- EMPA beschermt de nierfunctie ongeacht het type hypertensie
- Zwaktes van de studie zijn: een wittejashypertensie en pseudoresistentie door een slechte therapietrouw kunnen bij een aantal patiënten niet worden uitgesloten.
Bron:
- Böhm M, et al. Empagliflozin in resistant hypertension and heart failure with preserved ejection fraction: the EMPEROR-Preserved trial, European Heart Journal, Volume 46, Issue 14, 7 April 2025, Pages 1304–1317, https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehae938