Medisch  >  Behandeling van baarmoederhalskanker : PD-1-antagonist als eerstelijnstherapie

Behandeling van baarmoederhalskanker : PD-1-antagonist als eerstelijnstherapie

De KEYNOTE 826-studie heeft het nut van een combinatie van pembrolizumab, een PD-1-antagonist, en chemotherapie (cisplatine + paclitaxel ± bevacizumab) als eerstelijnstherapie onderzocht bij patiënten met een gevorderde baarmoederhalskanker. Op het ASCO 2022 zijn aanvullende gegevens1 gepresenteerd over subgroepen van patiënten met een PD-L1-CPS ≥ 1 of ≥ 10.

De prognose van een gevorderde gemetastaseerde baarmoederhalskanker is slecht. De totale overleving is over het algemeen niet langer dan 12 maanden. De standaardbehandeling bestaat in chemotherapie op basis van een platinaverbinding. De totale overleving kan na toevoeging van bevacizumab oplopen tot 17,5 maanden. Tegen die achtergrond is de KEYNOTE 826-studie op touw gezet, een fase III-studie, die het nut van toevoeging van een checkpointremmer aan een chemotherapie met cisplatine + paclitaxel met of zonder bevacizumab heeft onderzocht als eerstelijnstherapie. De studie is uitgevoerd bij 548 patiënten met een relaps van, persisterende of gemetastaseerde baarmoederhalskanker (70% spinocellulair carcinoom). De patiënten werden gerandomiseerd naar een eerstelijnschemotherapie met of zonder bevacizumab met of zonder pembrolizumab 200 mg om de 3 weken (hoogstens 35 cycli). De patiënten werden gestratificeerd naargelang van het pathologisch-anatomische type (al dan niet spinocellulair), de aanwezigheid van metastasen, het gebruik van bevacizumab en de PD-L1-CPS ((≥ 1 of ≥ 10). De primaire eindpunten waren de progressievrije overleving en de totale overleving.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen