Medisch  >  HIV-HBV-co-infectie. Hoe evolueren hiv-dragers die worden behandeld met CAB+RPV LA?

HIV-HBV-co-infectie. Hoe evolueren hiv-dragers die worden behandeld met CAB+RPV LA?

In geval van een actieve Hiv-HBV-co-infectie moet een behandeling met langwerkend cabotegravir + rilpivirine worden aangevuld met een behandeling tegen het HBV om een mogelijke heractivering van dat virus te voorkomen. Is het gewettigd tenofovir of een ander antiretrovirale middel toe te voegen als je net de hiv-behandeling wil verlichten? Het OPERA-cohortonderzoek geeft een antwoord op die vraag.(1)

In 2022 waren er naar schatting volgens de WGO 2,7 miljoen hiv-dragers met een HBV-co-infectie, bij wie de behandeling zou kunnen worden vereenvoudigd door overschakeling op een tweevoudige combinatietherapie of langwerkende antiretrovirale middelen. De combinatie cabotegravir + rilpivirine LA is een aanlokkelijke optie, maar veiligheidshalve is het toch beter een antiretroviraal middel toe te voegen dat actief is tegen het hiv én tegen het HBV (tenofovir, lamivudine, emtricitabine) om het risico op heractivering van het HBV te verkleinen. Of dat risico belangrijk is, weten we niet. Daarom hebben de vorsers bij de hiv-dragers met een HBV-co-infectie in de OPERA-cohorte gekeken naar de evolutie van de viruslast en het percentage heractivering van HBV. Ze hebben daarbij onderscheid gemaakt tussen een oude HBV- en een actieve HBV-infectie.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen