Biologische geneesmiddelen verlagen het cardiovasculaire risico bij ernstig astma (Belgische studie)
Een Belgische groep heeft een grote studie in het reële leven uitgevoerd naar de cardiovasculaire veiligheid van biologische geneesmiddelen bij patiënten met ernstig astma. Het resultaat is formeel: biologische geneesmiddelen verlagen het cardiovasculaire risico in die populatie.
De gerichte biologische geneesmiddelen die de laatste decennia zijn ontwikkeld, namelijk omalizumab, een IgE-antagonist, mepolizumab, een IL-5-antagonist, en benralizumab, een IL-5-receptorantagonist, verlagen de incidentie van astma-aanvallen bij patiënten met ernstig allergisch en/of eosinofiel astma. Maar welk effect hebben ze op de incidentie van hart- en vaataandoeningen? Die vraag hebben Frauke Van Vaerenbergh et coll. (Gent) willen beantwoorden door analyse van Belgische gegevens van 2017 tot 2022.
Cardiovasculaire gebeurtenissen en sterfte ongeacht de doodsoorzaak
Het cohortonderzoek is uitgevoerd bij bijna 172 000 patiënten met astma die in aanmerking kwamen voor behandeling met een biologisch geneesmiddel. 1 823 patiënten (1,1 %) kregen een IgE-antagonist en 2 398 (1,4 %) een IL-5- of een IL-5-receptorantagonist. De cumulatieve follow-up bedroeg bijna 500 000 persoonsjaren. De gemiddelde leeftijd bedroeg 64 jaar en 55 % was vrouw. Na correctie voor vertekenende factoren door middel van ‘gewogen Cox-regressie met omgekeerde waarschijnlijkheid van behandeling' hebben de vorsers vastgesteld dat twee categorieën van biologische geneesmiddelen correleerden met een significant lagere incidentie van cardiovasculaire gebeurtenissen en overlijden ongeacht de doodsoorzaak.
IgE-antagonisten correleerden met een daling van het risico op hartfalen met 21 %, van perifeer arterieel lijden met 34 %, van CVA met 46 % en van overlijden met 52 %. IL-5- en IL-5-receptorantagonisten correleerden met een daling van het risico op hartfalen met 37 %, van ritmestoornissen met 22 %, van perifeer arterieel lijden met 31 % en van overlijden met 65 %. Er is geen significant verschil in de incidentie van myocardinfarct of longembolie waargenomen.
Niet alleen minder astma-aanvallen
Dat zijn klinisch belangrijke resultaten, die in een bredere context moeten worden geplaatst.
Ten eerste spreken ze eerdere aanwijzingen van een hoger risico op arteriële trombo-embolie tijdens behandeling met omalizumab tegen. Volgens de auteurs was dat signaal waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat het astma in de behandelde groep ernstiger was, waarbij bij de statistische analyse geen rekening mee is gehouden.
Ten tweede is dat niet alleen toe te schrijven aan een daling van het aantal astma-aanvallen of een corticosteroïdsparend effect. Langdurige orale inname van corticosteroïden is een bekende cardiovasculaire risicofactor. Volgens aanvullende analyses zouden biologische geneesmiddelen inwerken op chronische ontstekingsmechanismen. IgE activeert de mestcellen en stimuleert IL-6, een proatherogeen cytokine. IL-5-antagonisten verlagen het aantal eosinofielen sterk. Het is goed bekend dat eosinofielen een rol spelen in de pathogenese van chronische hart- en vaataandoeningen.
Patiënten die een biologisch geneesmiddel krijgen, zijn over het algemeen jonger en minder fragiel. Daarom is toch voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van die gegevens.
Bron:
Van Vaerenbergh F, Vauterin D, Grymonprez M et coll. Cardiovascular safety of biologic therapies in patients with severe asthma: a nationwide cohort study in Belgium. Lancet Reg Health Eur. 2025 Aug 6:57:101420. doi: 10.1016/j.lanepe.2025.101420.