Nieuws  >  Werelddag voor axiale spondyloartritis

Werelddag voor axiale spondyloartritis

De Werelddag voor axiale spondyloartritis (axSpA) vindt elk jaar plaats op de eerste zaterdag van de maand mei. Het is een initiatief van de Axial Spondyloarthritis International Federation. Het doel van de 55 patiëntenverenigingen die actief zijn in meer dan 45 landen, is informatie verspreiden over axiale spondyloartritis en verwante aandoeningen. Het thema dit jaar is "Lace Up for axSpA" en roept op tot bewustmaking en actie. Het beeld van veters knopen staat symbool voor de inspanning die je moet leveren om te begrijpen hoe het is om te leven met axiale spondyloartritis en op welke dagelijkse uitdagingen die patiënten stoten. Wat betekent die dag voor dr. A. Kapuczinski, reumatoloog (Hôpital de Mons, site Kennedy)?

Axiale spondyloartritis omvat niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) en spondyloartritis ankylosans. Wereldwijd bedraagt de prevalentie van die chronische ontstekingsziekte 0,1-1,4%. Volgens dr. A. Kapuczinski is "zo'n dag een mooie gelegenheid om de mensen informatie te geven over een ziekte, die soms moeilijk te diagnosticeren is. Vaak hebben de patiënten immers al jaren pijn voor er klinische repercussies optreden." Je moet daarbij de differentiële diagnose stellen met degeneratieve aandoeningen of mechanische problemen (degeneratief discuslijden of iliitis condensans). Op welke klachten moet je letten? "Het belangrijkste symptoom is pijn van het inflammatoire type, waardoor de patiënt wakker wordt in de tweede helft van de nacht en 's morgens lang stijf is. De ziekte treedt op bij jonge patiënten, en het kan gaan om axiale of perifere pijn. En patiënt met spondylitis ankylosans heeft inflammatoire rugpijn die begint aan de lendenstreek wegens ontsteking van de sacro-iliacale gewrichten en/of de wervelkolom. Die tekenen moeten een belletje doen rinkelen. Bij de anamnese moet je ook polsen naar een geschiedenis van psoriasis, ziekte van Crohn of colitis ulcerosa in de familie. Dat kan je op het juiste spoor zetten.

En de diagnose?

De diagnose wordt het best gesteld met een MRI, maar dan nog duurt het volgens de literatuur gemiddeld 6 jaar of langer voor de diagnose wordt gesteld.
Wat kunnen we doen om die diagnose sneller te stellen? 

"Een goede vraag, die echter moeilijk te beantwoorden is. De beeldvorming is niet altijd contributief en dat kan invloed hebben op het therapeutische beleid. Biologische geneesmiddelen worden immers enkel terugbetaald als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Een MRI is zeer nuttig bij een niet-radiografische axSpA, dus als normale röntgenfoto's geen sacro-iliitis of erosies tonen. In geval van een inflammatoir oedeem van de sacro-iliacale gewrichten, een inflammatoir syndroom bij bloedonderzoek, een familiaire voorgeschiedenis en zeker in geval van een combinatie van die elementen is, moet je denken aan een spondyloartritis."

En de behandeling?

"Gelukkig beschikken we over biologische en andere geneesmiddelen, die zeer effectief zijn. Je kan die snel starten om het auto-immune ontstekingsproces optimaal te behandelen." Staan TNF-alfa-antagonisten, IL17-, IL-23-antagonisten en JAK-remmers op dezelfde voet? "Zeker, de keuze hangt af van de kenmerken van de patiënt. Bij de ene patiënt zal een TNF-alfa-antagonist beter werken en bij een andere een IL-17-antagonist. Helaas beschikken we nog niet over biomarkers die de respons op de behandeling precies voorspellen. Maar we weten wel dat je wat moet jongleren met de geneesmiddelen om het geneesmiddel te vinden dat bij de juiste patiënt goed zal werken op het juiste ogenblik in het ziekteverloop. Over het algemeen volgen we de richtlijnen van de EULAR, d.w.z. een TNF-alfa-antagonist als eerstelijnstherapie en, als die faalt, een IL-17- of IL-23-antagonist.

Dr. Claude Biéva - Belangenconflicten: geen • MediQuality

Schrijf u gratis in

Om toegang te krijgen tot nationale en internationale medische informatie op al uw schermen.