Proactiever screenen op spondyloartritis bij patiënten met een inflammatoire darmaandoening
“Ons onderzoek toonde aan dat zowel vermoedelijke axiale als perifere spondyloartritis (SpA) vaker voorkomt bij patiënten met een inflammatoire darmaandoening dan eerder werd gerapporteerd. Slechts een derde van die patiënten was doorverwezen naar een reumatoloog. Vandaar de noodzaak voor gastro-enterologen om patiënten met een inflammatoire darmaandoening proactiever te screenen op tekenen van SpA en de samenwerking met reumatologen te versterken.”
Zo luidt letterlijk de conclusie van een Zweeds onderzoek naar de prevalentie van spondyloartritis bij patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa. SpA is de meest voorkomende extra-intestinale manifestatie (EIM) bij die patiënten en wordt gekenmerkt door ontsteking van gewrichten en/of entheses. We onderscheiden axiale en perifere artritis. SpA is inderdaad een mogelijke complicatie bij patiënten met een inflammatoire darmaandoening. Als het lang duurt voor de diagnose wordt gesteld en als de behandeling dus niet tijdig wordt gestart, kan dat een toenemende invaliditeit tot gevolg hebben. Hoe eerder de behandeling wordt gestart, des te beter is de prognose.
Volgens het Zweedse team is niet bekend in welke mate patiënten met een inflammatoire darmaandoening en een vermoedelijke SpA naar een reumatoloog worden doorverwezen, en vertonen studies naar de prevalentie van individuele kenmerken van SpA bij patiënten met een inflammatoire darmaandoening heel wat hiaten. De primaire eindpunten van de studie waren de via een vragenlijst zelfgerapporteerde tekenen van SpA en het percentage patiënten met een vermoedelijke perifere of axiale SpA volgens de aangepaste classificatiecriteria van de Assessment of SpondyloArthritis international Society (ASAS) en de European Spondyloarthritis Study Group (ESSG). Het secundaire eindpunt was verwijzing van die patiënten naar een reumatoloog.
Mogelijk ernstigere evolutie van de inflammatoire darmaandoening
Van de 1032 patiënten met een inflammatoire darmaandoening die de vragenlijst hadden ingestuurd, voldeed 59,1% aan de aangepaste criteria van SpA. De prevalenties van de specifieke zelfgerapporteerde tekenen van SpA in de totale groep waren als volgt: perifere artritis (24,4%), uveïtis anterior (7,7%), dactylitis (van teen of vinger) (12,1%) en psoriasis van de huid (8,2%). Circa 19,3% van de respondenten rapporteerde inflammatoire rugpijn volgens de ASAS-criteria en 26,1% volgens de Calin-criteria. Ondanks de hoge prevalentie van vermoedelijke SpA was slechts 24,3% tot 44% van de patiënten doorverwezen naar een reumatoloog, afhankelijk van de criteria. Meer dan de helft van de patiënten die voldeden aan de aangepaste criteria voor perifere SpA, en bijna twee derde van de patiënten die voldeden aan die van axiale SpA, waren niet doorverwezen. Patiënten met een vermoedelijke SpA gebruikten vaker immunomodulatoren (42,8 - 48,8% versus 37,0%), biologische geneesmiddelen (27,1 - 32,4% versus 14,9%) en steroïden (58,1 - 64,8% versus 46,2%) dan patiënten met een inflammatoire darmaandoening zonder vermoeden van SpA. Die patiënten vertoonden ook vaker een actieve colitis (30,4 - 40,4% versus 11,8%).
Verder vertoonden patiënten met een vermoedelijke SpA een significant hogere prevalentie van comorbiditeiten zoals psoriasis en anterieure uveïtis. Ze gebruikten ook significant vaker NSAID's, paracetamol en opioïden voor pijn. Bij patiënten met een vermoedelijke axiale of perifere SpA (volgens ESSG-criteria) hadden NSAID's vaker een negatief effect op de symptomen van de inflammatoire darmaandoening. Bij logistische regressieanalyse werden significante correlaties vastgesteld tussen een vermoedelijke axiale SpA en de leeftijd, roken, psoriasis, anterieure uveïtis en een hoge patient-based Simple Clinical Colitis Activity Index (P-SCCAI-score ≥ 5). Het vrouwelijke geslacht en een BMI ≥ 30 kg/m2 correleerden met een hogere incidentie van vermoedelijke perifere SpA. Aangezien de diagnose vaak wordt gemist en gezien de significante prevalentie van SpA bij patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening zouden gastro-enterologen en reumatologen volgens de auteurs beter moeten samenwerken. Een proactieve screening op SpA bij patiënten met een inflammatoire darmaandoening is essentieel, aangezien de evolutie van de inflammatoire darmaandoening mogelijk ernstiger is bij patiënten met een vermoeden van SpA.
Bron:
Spondyloarthritis features in IBD patients: prevalence, referral trends and clinical implications. A questionnaire-based study. Scand J Gastroenterol. 2025 Jul;60(7):686-697. doi: 10.1080/00365521.2025.2504076