Een maand zonder tabak wist het verhoogde risico bij een littekenbreukoperatie uit
Stoppen met roken één maand vóór een littekenbreukoperatie maakt het mogelijk om dezelfde resultaten te behalen als niet-rokers, ondanks complexere ingrepen. Een studie bij meer dan 1.000 geopereerde patiënten bevestigt deze preoperatieve aanbeveling.
Een littekenbreukoperatie is een courante ingreep in de algemene heelkunde, maar mislukkingen (recidieven) en complicaties veroorzaken ongemak, blijvende gevolgen en aanzienlijke meerkosten voor het gezondheidssysteem.
Het preoperatief identificeren van risicofactoren voor een mislukking is cruciaal om de chirurgische resultaten te optimaliseren. Roken neemt daarbij een bijzondere plaats in, omdat het een beïnvloedbare factor is: eerdere studies hebben het voordeel aangetoond van stoppen in de maand vóór de ingreep, met name voor het verminderen van wondinfecties bij orthopedische en gynaecologische chirurgie.
Naast pariëtale complicaties (buikwandabcessen) vertonen rokende patiënten na een littekenbreukoperatie ook een hogere incidentie van postoperatieve ademhalingscomplicaties, wat leidt tot een significante verlenging van de hospitalisatieduur in vergelijking met niet-rokers. Het exacte percentage van deze ademhalingscomplicaties in deze populatie is echter onvoldoende gedocumenteerd.
Een prospectieve databank, meer dan 1.000 geopereerde patiënten
Onderzoekers uit Charlotte (North Carolina) raadpleegden een prospectieve institutionele databank met gegevens van alle ingrepen voor reconstructie van de buikwand tussen 2012 en 2019. De analyse omvatte 1.088 patiënten, van wie er 305 minstens één maand vóór de littekenbreukoperatie waren gestopt met roken en 783 nooit hadden gerookt. De primaire evaluatiecriteria waren de wond- en ademhalingscomplicaties in beide groepen; het secundaire evaluatiecriterium was het recidief.
De rookstop werd geverifieerd via een urineonderzoek naar cotinine. Alle ingrepen werden uitgevoerd met dezelfde techniek: het plaatsen van een preperitoneaal net.
Verschillende populaties, vergelijkbare resultaten
De kenmerken van de patiënten in beide groepen verschilden. Niet-rokers waren gemiddeld jonger (58 versus 60 jaar), vaker vrouw (57 % versus 47 %), hadden een hogere BMI (32,7 versus 31,3 kg/m²), minder vaak een chronische obstructieve longziekte (4 % versus 9 %) en minder vaak een ASA-score III (American Society of Anaesthesiologists) – wat wijst op een ernstige maar niet-invaliderende algemene ziekte – (34,5 % versus 51,5 %).
De operatieduur was vergelijkbaar in beide groepen, hoewel het buikwanddefect groter was bij patiënten die vóór de ingreep met roken waren gestopt (229 versus 209,1 cm²; p = 0,023). In deze groep was ook vaker een ‘component separation'-techniek nodig (52,5 % versus 43,8 %; p = 0,010) en werden vaker biologische prothesen gebruikt. Hoewel de verblijfsduur in het ziekenhuis iets langer was in de rookstopgroep (6,6 versus 6,2 dagen; p = 0,0015), waren er geen significante verschillen in de frequentie van pariëtale of ademhalingscomplicaties.
De hogere kosten in de rookstopgroep waren waarschijnlijk te wijten aan de noodzaak van duurdere prothesen en soms uitgestelde chirurgie.
Het recidiefpercentage (ongeveer 3 %) na een follow-up van 16 maanden was vergelijkbaar in beide groepen. In een multivariate analyse, in tegenstelling tot andere risicofactoren voor mislukking (zoals BMI, diabetes, chronische obstructieve longziekte), had de status van ex-roker of niet-roker geen invloed op de uitkomst van de littekenbreukoperatie.
Bron:
Lorenz WR, Holland AM, Kerr SW, et al. The benefits of preoperative smoking cessation on abdominal wall reconstruction outcomes: An examination of abstinent versus never smokers. Am J Surg. 2024 Dec;238:115843. doi: 10.1016/j.amjsurg.2024.115843.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd door JIM.fr, dat net als MediQuality deel uitmaakt van de Medscape-groep.