Voorkeur voor digitale rookstopmethodes bij jongvolwassenen
Er wordt steeds meer onderzoek verricht naar interventies op individueel niveau om jongeren bij rookstop of bij het verminderen van het roken te ondersteunen. Een toenemend aantal van deze interventies gebeurt digitaal of bevat een digitaal element. Verder onderzoek moet erop gericht zijn ervoor te zorgen dat gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) van digitale interventies diverse populaties van jongvolwassenen omvatten zodat bestaande ongelijkheden niet erger worden.
Zo luidt de letterlijke conclusie van deze Britse scoping review. In het Verenigd Koninkrijk zit het hoogste percentage rokers in de leeftijdsgroep van 25 tot 34 jaar. Een deel van die groep kampte al op jongere leeftijd met een ernstige psychische problematiek en dat was vaak een belemmering om in die periode rookstoppogingen te ondernemen. Roken is en blijft een van de belangrijkste risicofactoren voor gezondheidsproblemen die voorkomen kunnen worden bij mensen met een mentale aandoening, zeker bij jongvolwassenen.
De auteurs van dit Brits verkennende literatuuronderzoek suggereren echter dat jongvolwassenen weinig of geen toegang hebben tot rookstopdiensten. Eerdere studies toonden al aan dat rookstopinterventies even effectief zijn voor de algemene bevolking als bij personen met een geestelijke aandoening, maar het is niet altijd even duidelijk welke rookstopmethode er goed werkte voor de kwetsbare populatie van jongvolwassenen met een psychische problematiek. Redenen genoeg voor dit Britse team van onderzoekers om een overzicht te maken van de vele beschikbare studies die er zijn naar interventies op individueel niveau, op zoek naar kenmerken van rookstopinterventies bij jongvolwassenen en de conclusies van die studies.
Toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid
De scoping review omvatte in totaal 31 gerandomiseerde gecontroleerde studies van rookstopinterventies bij jongvolwassenen (18 tot 35 jaar). Twaalf van de studies waren beperkt tot universiteits- en hogeschoolstudenten, terwijl jongeren die roken vaker uit lagere sociaal-economische groepen komen. Veertien studies waren pilots, wat er al kan op wijzen dat er gewoonweg te weinig RCT's werden uitgevoerd. Een van de belangrijkste bevindingen was dat er meer en meer rookstopinterventies digitaal worden aangeboden, denk maar aan apps en sms-berichten. De methode kan op zichzelf digitaal zijn, of een digitaal element bevatten.
De bevindingen toonden dat deze vorm van rookstop voor jongvolwassenen een haalbare kaart is en dat dit ook voor hen een "aanvaardbare" rookstopmethode is, eveneens bij jongeren met mentale problemen. Niet verwonderlijk, want digitale communicatie is de voorkeursmethode bij jongeren. Al doken er in die kwetsbare groep ook praktische uitdagingen op, vooral met betrekking tot toegankelijkheid en de gebruiksvriendelijkheid van de digitale rookstopmethodes. In hun meta-analyse konden de auteurs echter geen algemene effectiviteit van deze methodes vaststellen. Ze bemerkten eveneens dat er qua onderzoek nog heel wat lacunes waren.
Veel rookstopstudies die digitale interventies van naderbij bekeken, namen geen specifieke populaties van jongvolwassenen op, zoals bijvoorbeeld jongeren met een mentale problematiek of personen die laaggeschoold waren. Dit kan de groeiende ongelijkheid verergeren. Er zijn meer RCT's nodig om de motivaties voor rookstop te begrijpen van jongvolwassenen met mentale aandoeningen, zodat men in de toekomst interventies kan uitwerken die hierop beter zijn afgestemd. En degenen die toekomstige studies financieel willen steunen, zouden de voorkeur aan RCT's moeten geven, besluiten de auteurs.
Bron:
Smoking Cessation Interventions for Young Adults - A Scoping Review. Subst Use Misuse. 2025 Jul 21:1-9. doi: 10.1080/10826084.2025.2530785.