Dossiers  >   Inflammatoire Darmziekten (IBD)  >  Chronische inflammatoire darmaandoeningen: een pathologisch-anatomische remissie om de sterfte te verlagen

Chronische inflammatoire darmaandoeningen: een pathologisch-anatomische remissie om de sterfte te verlagen

De klinische activiteit en in mindere mate de ontsteking bij pathologisch-anatomisch onderzoek correleren beide met de totale sterfte bij patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening. Een betere controle van de ziekte zou het overlijdensrisico kunnen verlagen.

Sinds 2013 weten we dat het overlijdensrisico verhoogd is bij patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening, vooral als de ziekte klinisch actief is. Die patiënten lopen een tweemaal hoger risico op overlijden als gevolg van cardiovasculaire complicaties. Jiangwei Sun et coll. (Karolinska Institutet, Stockholm, Zweden) hebben onderzocht of een histologische heling correleert met een lager overlijdensrisico.

Ze hebben daarvoor een nationaal cohortonderzoek uitgevoerd om de sterfte in samenhang met de histologische ontsteking te evalueren bij 63 358 patiënten bij wie tussen 1969 en 2017 een chronische inflammatoire darmaandoening was gediagnosticeerd, en de sterfte in samenhang met de klinische activiteit bij 102 352 patiënten bij wie die diagnose was gesteld tussen 1969 en 2020. De gecorrigeerde hazard rato (aHR) van overlijden werd berekend binnen 2 jaar na de datum van evaluatie van de histologische of klinische ziekteactiviteit.

Klinische activiteit belangrijker dan de histologische

Resultaten: de totale sterfte na 2 jaar was hoger in de subgroep met histologische ontsteking dan in de subgroep met een histologische remissie (incidentie: 121 versus 64,8 per 10 000 persoonjaren: aHR 1,45, 95% BI: 1,3-1,61).

Het overlijdensrisico was hoger ongeacht het type chronische inflammatoire darmaandoening: ziekte van Crohn (aHR: 1,42; 95% BI: 1,16-1,73), colitis ulcerosa (aHR: 1,44; 95% BI: 1,26-1,65) en niet-geclassificeerde inflammatoire darmaandoening (aHR: 1,56; 95% BI: 1,01-2,41).

De belangrijkste doodsoorzaken waren hart- en vaataandoeningen (aHR: 1,48), kanker (aHR: 1,26) en spijsverteringsziektes (aHR: 2,29). 

Zoals te verwachten was, was de totale sterfte na 2 jaar hoger in geval van een klinisch actieve chronische inflammatoire darmaandoening (totaal en ongeacht het subtype) dan in geval van een klinisch "rustige" aandoening (incidentie: 352,6 versus 106,3 per 10 000 persoonjaren; aHR: 3,35; 95% BI: 3,21-3,49). Die cijfers zijn dus heel wat hoger dan wat is vastgesteld bij analyse van de histologische ontsteking.

De belangrijkste doodsoorzaken waren dezelfde als bij analyse van de histologische activiteit: hart- en vaataandoeningen, kanker en spijsverteringsziektes.

De auteurs melden dat de histologische ontsteking bij patiënten met een klinisch rustige chronische inflammatoire darmaandoening correleerde met een hogere totale sterfte na 2 jaar (aHR: 1,42; 95% BI: 1,08-1,87). 

Belang van een histologische remissie?

Wat is het belang van een histologische remissie bij patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening? De STRIDE-II-richtlijnen van 2021 spreken daar niet van. Zal dat wel zo zijn bij de volgende updates? Onlangs is een daling van het aantal infectieuze complicaties gerapporteerd in geval van histologische heling en een betere gynaecologische prognose bij vrouwen met een chronische inflammatoire darmaandoening.

De resultaten van die grote Zweedse studie verschilden niet volgens de leeftijd van de patiënt of de periode van analyse. Het overlijdensrisico was uiteraard veel hoger bij patiënten met een begeleidende primaire scleroserende cholangitis.

Een van de zwaktes van de studie, erkennen de auteurs, is dat er geen consensus is over de definitie van histologische heling tussen de wetenschappelijke verenigingen. Bovendien is er geen informatie over de ernst van de ontsteking (die nochtans heel variabel kan zijn).

Tot slot zou het kunnen dat een aantal patiënten met een vlekkerige ontsteking in deze studie verkeerd is geklasseerd doordat die ontsteking niet werd teruggevonden in het biopt.

Bron:

Sun J, Marild K, Bergman D et coll. Histologic Remission and Mortality in Patients With Inflammatory Bowel Disease: A Nationwide Cohort Study. Clin Gastroenterol Hepatol. 2025 Nov 13:S1542-3565(25)00943-7. doi: 10.1016/j.cgh.2025.10.030

Histologic Remission and Mortality in Patients With Inflammatory Bowel Disease: A Nationwide Cohort Study

Dr. Isabelle Catala - Belangenconflicten: geen • MediQuality