Dossiers  >   × Fiscaliteit  >  Aanvullend pensioen: hoe voldoende inkomen opbouwen?

Aanvullend pensioen: hoe voldoende inkomen opbouwen?

19/05 - Voor een zelfstandige is het wettelijke pensioen ruimschoots onvoldoende om de levensstandaard te behouden na de stopzetting van de professionele activiteiten. Omwille van deze reden zijn er velen die proberen om een aanvullend pensioen op te bouwen met gereglementeerde spaarproducten of diverse investeringen. Laurent Van Brempt van het boekhoudkantoor AllSee geeft ons een stand van zaken over de kenmerken van de belangrijkste beschikbare aanvullende pensioenen.

Er zijn drie grote spaarproducten om een aanvullend pensioen op te bouwen. Het eerste is het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Een VAPZ is een verzekering die beschikbaar is voor zelfstandigen en bedrijfsleiders. De bedragen die men kan sparen zijn beperkt. De limiet ligt vast op 8,17% van de professionele inkomsten, met een jaarlijks maximumbedrag van 3.291,30 euro voor het inkomstenjaar 2020. "Zelfs met het maximum is het weinig waarschijnlijk dat het VAPZ zal toelaten om voldoende kapitaal op te bouwen voor het pensioen", merkt Laurent Van Brempt op.

Vanuit fiscaal oogpunt zijn de betaalde VAPZ-premies aftrekbaar en verminderen ze dus het belastbaar bedrag. Echter, bij de uitstap wordt het kapitaal als een fictieve rente belast. Concreet geeft de belastingplichtige gedurende tien tot dertien jaar een percentage van het kapitaal aan, waarop hij wordt belast. Het aangegeven percentage wisselt tussen 3,5 en 5% van het kapitaal. Als de belastingplichtige heeft gewerkt tot de wettelijke pensioenleeftijd, komt slechts 80% van het kapitaal in aanmerking voor de berekening van deze aanslag. Naast de belasting als fictieve rente komt daar 5,55% parafiscale heffingen bij. We zien dus dat ondanks een fiscale aftrek, bij de uitstap er dus wel een soort van belasting is.

Een tweede groot spaarproduct dat men kan overwegen is de Individuele Pensioentoezegging (IPT afgekort). De vennootschap betaalt dit product voor de bedrijfsleider. Mits bepaalde voorwaarden is het mogelijk om grotere premies dan die voor een VAPZ te storten.  "De belangrijkste voorwaarde is het respecteren van de regel van 80%, wat betekent dat het wettelijke pensioen en het aanvullende pensioen de 80% van de laatste vergoeding niet mogen overschrijden. Een artificiële regularisatie tijdens de laatste jaren is uiteraard niet toegestaan", benadrukt Laurent Van Brempt.

De fiscaliteit van de IPT verschilt van die van het VAPZ. De 5,55% parafiscale heffingen zijn eveneens van toepassing en de betaalde premies fiscaal aftrekbaar, maar er is een verschil in belasting bij de in- en uitstap. Bij de instap is een belasting van 4,40% verschuldigd. Bij de uitstap wordt het bedrag eenmalig belast volgens een belastingvoet die wisselt tussen 20 en 10%. Hoe later men het kapitaal opneemt, hoe lager de belastingvoet.  

Naast het VAPZ en de IPT is er nog de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (afkorting: POZ).  Voor deze derde optie bedraagt de belastingaftrek 30%, dus minder voordelig dan een VAPZ. Net als bij de IPT is er een verschuldigde belasting van 4,40% bij de instap. Bij de uitstap bedraagt de belastingvoet 10%, en niet te vergeten de gebruikelijk 5,55% parafiscale heffingen. Hoewel de belasting bij dit laatste product veel lager is, geldt dat ook voor de belastingaftrek. "Dit product is echter alleen bestemd voor zelfstandigen en niet voor bedrijfsleiders. Je bent echter vrij om een VAPZ te combineren met een POZ en dat lijkt ons tamelijk interessant", geeft Laurent Van Brempt mee.

Anderzijds mag men niet vergeten dat naast de verschillende belastingen die men moet betalen, er ook nog kosten zijn die de verzekeringsmaatschappijen aanrekenen. Bij alle producten komen er in het algemeen ook instap- en beheerskosten bij. Bij een vervroegde uitstap komen er ook vaak uitstapkosten bij. Al deze inhoudingen verminderen de rentabiliteit van deze producten, die de laatste jaren al zwak was.

Zowel voor de IPT als voor de POZ is het interessant om te noteren dat er een mogelijkheid is om backservice premies te betalen, dit wil zeggen om premies te betalen voor de vorige jaren waarvoor men niet heeft betaald. Tegelijkertijd laat dit toe om de belastingen te verminderen van die jaren tijdens dewelke deze hoger waren. Anderzijds mag de belastingplichtige aan zijn verzekeringsmaatschappij een voorschot op het kapitaal te vragen om een immobiliënproject te financieren. Dit betekent dus dat men interesten moet betalen of een bulletlening moet verpanden.

"Men mag de fiscale onzekerheid niet uit het oog verliezen. Gedurende decennia plaatst men behoorlijke sommen vast terwijl men hoopt dat de fiscale regels die van toepassing niet in de ongunstige zin zullen veranderen. Bovendien liggen de rendementen redelijk laag. Het ligt voor de hand om de rentabiliteit van deze producten te vergelijken met de opbouw van pensioen via immobiliën", meent Laurent Van Brempt.

Een van de belangrijke factoren waarmee men rekening moet houden is het feit dat het vandaag veel gemakkelijker is om geld uit zijn vennootschap te halen onder de vorm van dividenden, zoals vermeld in een vorig artikel. Zelfs als deze verzekeringsproducten toelaten om een kleine veiligheidsbuffer op te bouwen, moet men heel aandachtig de piste van een investering in immobiliën bestuderen.

 
 

Romain Mertens: Belangenconflicten: geen •