Post-infectieuze hoest: is een behandeling echt nodig?
Veel patiënten in Canada hebben de afgelopen winter last gehad van een post-infectieuze hoest. Patiënten met dat symptoom, gedefinieerd als een subacute hoest met symptomen gedurende 3 tot 8 weken na de infectie, hebben veel vragen als ze naar het ziekenhuis komen. Volgens een overzichtsartikel, dat op 12 februari is gepubliceerd in de Canadian Medical Association Journal, zijn er echter geen aanwijzingen dat medicatie voor post-infectieuze hoest geen zin heeft.
"Dat is iets waar veel patiënten zich zorgen over maken: een aanslepende hoest na een gewone verkoudheid of griep", aldus de dr. Kevin Liang van het Department of Family Medicine aan de University of British Columbia in Vancouver, British Columbia, Canada, hoofdauteur van de studie, in een gesprek met Medscape Medical News. Hij voegde er nog aan toe dat volgens sommige studies tot een kwart van de volwassen patiënten daarvan klaagt.
Liang et coll. stellen dat een diagnose van post-infectieuze hoest een uitsluitingsdiagnose is, die je enkel mag stellen als er geen afwijkingen zijn bij klinisch onderzoek of andere ziektes die een subacute hoest kunnen veroorzaken, zoals astma, chronische obstructieve longziekte (COPD) en gastro-oesofageale reflux, of gebruik van angiotensineconverterendenzymremmers.
"Bij patiënten met een paroxismale hoest, braken na het hoesten en een gierend geluid bij het inademen moet je denken aan kinkhoest", voegen ze eraan toe. Als de hoest langer dan 8 weken duurt, is verder onderzoek zoals een longfunctie wenselijk om astma en COPD uit te sluiten. Als de patiënt tevens hemoptoë, systemische symptomen, dysfagie of een sterke dyspneu vertoont of hees is, is verder onderzoek nodig. En patiënten met een voorgeschiedenis van roken of recidiverende pneumonie moeten van dichterbij worden gevolgd.
Als er geen rode vlaggen zijn, stellen Liang en de coauteurs dat er geen redenen zijn om medicatie voor te schrijven. Medicatie kan immers negatieve effecten hebben: bijwerkingen, kosten, druk op de bevoorradingsketen en het feit dat dosisaerosolen sterke broeikasgassen uitstoten. "Veel patiënten komen ervoor op spreekuur, maar alle studies leren dat de hoestsiroop die je zonder voorschrift kunt verkrijgen, niet werkt. Ik zie artsen inhalatoren of andere geneesmiddelen voorschrijven, die honderden dollar kosten. De literatuur leert dat die de hoest helemaal niet verbeteren. Tijd en geduld zijn hier de boodschap", zei Liang aan Medscape Medical News.
Bovendien zijn er geen richtlijnen ad hoc. Het College of Family Physicians of Canada heeft recentelijk de literatuur doorgenomen en is daarbij tot de conclusie gekomen dat er beperkte argumenten zijn voor een proefbehandeling met inhalatiecorticosteroïden, een luchtwegverwijder zoals ipratropium-salbutamol of intranasale steroïden bij vermoeden van postnasale drip. "In de studie die ze aanhalen, was er echter een hoog risico op bias met betrekking tot kortwerkende luchtwegverwijders, en uiteindelijk zeggen de auteurs van de studie zelf dat het probleem meestal vanzelf geneest na ongeveer 20 dagen", zei Liang. "Ons advies is dan ook: speel op veilig en geef de patiënt enkel die informatie."
'Significante nuance'
Dr. Imran Satia, assistant professor of respirology aan de McMaster University in Hamilton, Ontario, Canada, is het ermee eens dat "de meeste mensen die een virale of bacteriële bovenste- of ondersteluchtweginfectie oplopen, mettertijd zullen verbeteren en dat er zeer weinig aanwijzingen zijn dat toediening van steroïden, antibiotica of hoeststillers beter is dan gewoon te wachten." Er is echter wel een "significante nuance" wat dat betreft.
"Bij sommige patiënten met een onderliggende ziekte zoals astma of COPD kunnen frequentere toediening van inhalatiecorticosteroïden, luchtwegverwijders, orale steroïden, antibiotica, beeldvorming van de borstkas en een longfunctie klinisch geïndiceerd zijn, en veel artsen zullen dat ook doen", vertelde hij aan Medscape Medical News. "Bij een aantal patiënten met een refractaire chronische hoest vind je geen afwijkingen ondanks een volledig onderzoek. Het hoesten houdt aan ondanks proefbehandelingen voor longlijden, neusproblemen en gastro-oesofageale reflux. Gewoonlijk spreken we van een hoest-hypersensitiviteitssyndroom. Voor dat syndroom zijn geneesmiddelen nodig gericht tegen de neuronale wegen die het hoesten controleren."
Je kan af en toe een korte proeftherapie met een kortwerkende luchtwegverwijder via inhalatie overwegen, zei dr. Nicholas Vozoris, assistant professor en clinician investigator in respirology aan de University of Toronto, Toronto, Ontario, Canada. "Ik denk dat dat een redelijke eerste stap zou zijn bij patiënten met een zware post-infectieuze hoest", zei hij aan Medscape Medical News. "Maar over het algemeen is een medicamenteuze behandeling niet geïndiceerd."
Milieubeschouwingen
Sommige zaken moeten echter een belletje doen rinkelen.
"Bij een recidiverende verkoudheid of bronchitis met een lang aanslepende hoest moet je zeker denken aan astma. Astma kan zich uiten in de vorm van herhaalde, langdurige respiratoire exacerbaties", zei hij. "Als de patiënt niet regelmatig inhalatiemedicatie inneemt, zal het astma niet onder controle komen."
Vozoris voegde eraan toe dat het milieurisico van dosisaerosolen eigenlijk minimaal is in vergelijking met andere bronnen van vervuiling en het risico op onderbehandeling. "Volgens mij overdrijven de auteurs de impact van dosisaerosolen op het milieu", zei hij. "De therapietrouw ten aanzien van inhalatietoestelletjes is sowieso al een probleem. Ik vrees dat de therapietrouw met dergelijke uitlatingen alleen maar zal verslechteren. Bovendien heeft het niet gebruiken van een inhalator ook een ecologische voetafdruk, want dat kan ertoe leiden dat de longziekte niet goed genoeg onder controle komt en dat de patiënten dan naar de spoedafdeling gaan of in het ziekenhuis worden opgenomen wegens een verergering van de ziekte. Er zullen dan nog meer gezondheidszorg en geneesmiddelen worden gegeven."
"Bij immunogecompromitteerde patiënten kan een aanslepende hoest na een vermeende verkoudheid in feite te wijten zijn aan een "atypische" longinfectie zoals tuberculose, en die vergt wel een speciale medische behandeling", concludeerde Vozoris.