Inhalatie van heparine, ja bij covid; inhalatie van hypertone zoutoplossing en carbocysteïne, neen bij bronchiëctasieën.
Als je een geneesmiddel plaatselijk toedient in de luchtwegen, voorkom je gedeeltelijk de systemische bijwerkingen. Op het congres van de European Respiratory Society (ERS 2025) zijn twee studies ter zake gepresenteerd: een studie van toediening van niet-gefractioneerde heparine bij een virale infectie en met name COVID-19 en een studie met topische toediening van een hypertone zoutoplossing en/of carbocysteïne.
Verstuiving van niet-gefractioneerde heparine (NFH) is doeltreffend bij de preventie van intubatie en verlaagt de sterfte aan COVID-19
Bij patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen wegens COVID-19, verlaagde inhalatie van niet-gefractioneerde heparine (NFH) het risico op intubatie en het overlijdensrisico. Dat is de conclusie van een meta-analyse. De auteurs denken dat de resultaten van die meta-analyse ook nuttig zouden kunnen zijn bij de behandeling van andere virale luchtweginfecties.
Frank van Haren et coll. (Canberra, Australië) et coll. hebben de werkzaamheid van die behandeling geëvalueerd door middel van een meta-trial van zes studies uitgevoerd in zeven landen (Argentinië, Australië, Brazilië, Egypte, Ierland, Indonesië en de Verenigde Staten) die inhalatie van NFH via een verstuiver boven op de gebruikelijke zorg hebben vergeleken met enkel de gebruikelijke zorg. In het totaal ging het om 478 volwassen patiënten van gemiddeld 54 jaar met een COVID-19 die in het ziekenhuis waren opgenomen, maar geen nood hadden aan beademing.
NFH werd volgens verschillende schema's toegediend. Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van intubatie en overlijden.
Het aantal patiënten dat werd geïntubeerd of dat is overleden, bedroeg 11,32% bij inhalatie van NFH boven op de gebruikelijke zorg en 22,4% met enkel de gebruikelijke zorg (odds ratio 0,43, statistisch significant). NFH verlaagde het samengestelde eindpunt van intubatie of overlijden voor intubatie met nagenoeg de helft.

Figuur uit de presentatie(1)
Respectievelijk 4,3% en 14,3% van de patiënten zijn overleden tijdens het ziekenhuisverblijf.
Het overlijdensrisico na 28 dagen was significant lager na inhalatie van NFH via een verstuiver (HR = 0,36).

Figuur uit de presentatie(1)
De resultaten waren vergelijkbaar ongeacht of de patiënten bij inclusie al dan niet zuurstof kregen. De andere analyses bevestigen de robuustheid van de primaire analyse.
De verstuiving van NFH werd al bij al goed verdragen en er is geen hoger risico op plaatselijke bloeding of bloeding elders vastgesteld.
Carbocysteïne en hypertone zoutoplossing werken niet bij bronchiëctasieën
De klinische symptomen van bronchiëctasieën (blijvende verwijdingen van de bronchi niet toe te schrijven aan mucoviscidose) wegen bijzonder zwaar op het dagelijkse leven van de patiënten: ze kunnen het bronchiale slijm niet goed ophoesten, superinfectie, exacerbaties, dyspneu …. Nagenoeg overal in Europa wordt respiratoire kinesitherapie aangeraden. 30% van de patiënten gebruikt geneesmiddelen die inwerken op de mucus, volgens de plaatselijke richtlijnen. Om het nut van de belangrijkste behandelingen (hypertone zoutoplossing en/of carbocysteïne), boven op de standaardbehandeling te evalueren, is de gerandomiseerde CLEAR-studie uitgevoerd bij 288 patiënten met bronchiëctasieën die niet te wijten waren aan mucoviscidose.
De 288 patiënten waren klinisch stabiel. Ze vertoonden een of twee exacerbaties per jaar waarvoor een behandeling met antibiotica nodig was, en elke ochtend gaven ze een aanzienlijke hoeveelheid slijmen op.
Het gemiddelde aantal pulmonale exacerbaties gedurende 52 weken, was hoog: 0,76 bij de patiënten die een hypertone zoutoplossing kregen, en 0,98 bij de patiënten zonder hypertone zoutoplossing. Het verschil was niet statistisch significant.

Figuur uit de presentatie(2)
Het gemiddelde aantal pulmonale exacerbaties was 0,86 in de carbocysteïnegroep en 0,9 in de groep die dat mucolyticum niet kreeg. Ook dat verschil was niet significant. Er is evenmin een verschil vastgesteld in levenskwaliteit of longfunctie. In die studie zijn geen bijwerkingen waargenomen. De auteurs concluderen dan ook de behandeling met carbocysteïne en hypertone zoutoplossing zou moeten worden herzien bij patiënten met bronchiëctasieën.

Figuur uit de presentatie(2)
Bronnen:
Session ALERT 2 : infections lung cancer and respiratory symptoms management
- Van Haren F, Valle S, Serpa neto A et coll. Efficacy of inhaled nebulised unfractionated heparin to prevent intubation or death in hospitalised patients with COVID-19: a prospective international meta-trial of randomised clinical studies. Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025
- Bradley J, O'Neill B, Chalmers J et coll. Hypertonic saline or carbocisteine in bronchiectasis. Congrès annuel de l'European Respiratory Society (ERS 2025), Amsterdam (Pays-Bas), septembre 2025
- Bradley J, O'Neill B McAuley D et coll. Hypertonic Saline or Carbocisteine in Bronchiectasis. N Engl J Med. 2025 Sep 28. https://doi.org/10.1056/nejmoa2510095