Congres  >   BeRS 2024 - SP Edition  >  Pulmonale hypertensie bij chronisch longlijden. Diagnose en behandeling

Pulmonale hypertensie bij chronisch longlijden. Diagnose en behandeling

Meer dan een derde van de patiënten met een chronische longziekte zoals COPD of longfibrose vertoont pulmonale hypertensie. De definitie van pulmonale hypertensie hanteert alsmaar lagere afkapwaarden en voorts is er het concept van het fenotype van de longbloedvaten voor beschrijving van een buitensporige remodellering van de kleine bloedvaten van de longen. De logische vraag is dan ook: “Kan je die patiënten behandelen met de geneesmiddelen die worden voorgeschreven bij pulmonale arteriële hypertensie?” Prof. D. Montani (CHU Bicêtre, Université Paris-Saclay, INSERM) heeft een antwoord gegeven op die vraag.

Pulmonale hypertensie is niet zeldzaam bij COPD of longfibrose. De prevalentie zou meer dan 30% bedragen, toch wel een verrassend hoog cijfer. Hoe is dat te verklaren? Volgens prof. Montani komt dat doordat "de definitie van pulmonale hypertensie in de richtlijnen van de ESC/ERS van 20221 is veranderd: de bovengrens van de normaalwaarden voor de druk in de longslagaders is verlaagd van 25 mmHg naar 20 mmHg. Daardoor wordt de diagnose nu in een vroeger stadium van de ziekte gesteld in plaats van in een gevorderd stadium. Neemt niet weg dat we toch nog regelmatig patiënten met een ernstige pulmonale hypertensie met een pulmonale vaatweerstand > 5 Wood-eenheden zien (5-10%). Die patiënten vertonen een wat speciaal fenotype, "pulmonaal vasculair fenotype" genoemd.

Wilt u de rest van dit artikel lezen?

Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen