Beroepsastma: Het fenotype is belangrijk
Het E-PHOCA-netwerk (European network for the PHenotyping of OCcupational Asthma) telt momenteel al bijna 1200 patiënten. Die gegevens zijn belangrijk om de fenotypes van allergisch beroepsastma te differentiëren. Verschilt dat naargelang het molecuulgewicht van het allergeen? Is beroepsastma een eosinofiel astma? Antwoorden door prof. Olivier Vandenplas (CHU UCL Namur).
De prevalentie van beroepsastma wordt geraamd op 16%. Meestal (90%) wordt het astma veroorzaakt door overgevoeligheid voor een allergeen op de werkvloer met daardoor een specifieke immunologische respons. Historisch wordt een onderscheid gemaakt naargelang van het molecuulgewicht van het oorzakelijke agens (> of < 5 kDa). Stoffen met een hoog molecuulgewicht zijn afkomstig van planten (latex, meel …) of dieren (insecten, dierlijke allergenen …) en proteolytische enzymen die in de bakkerij worden gebruikt en bij de fabricatie van detergenten. Stoffen met een laag molecuulgewicht zijn chemische producten (isocyanaten, persulfaten, amines …), geneesmiddelen (penicillines, tetracyclines), metalen (platinaverbindingen, kobalt …) en houtstof.
Wilt u de rest van dit artikel lezen?
Registreer gratis om toegang te krijgen tot de volledige inhoud van MediQuality op al uw schermen